Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 66
Dossier 82
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen op officieel briefpapier.

26 april 1939. Van: Waarschijnlijk de inspecteur/beheerder van de Centrale Markt (gezien de initialen vD/HG en het kenmerk 64/23/2 M.). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen op officieel briefpapier. 26 april 1939. Waarschijnlijk de inspecteur/beheerder van de Centrale Markt (gezien de initialen vD/HG en het kenmerk 64/23/2 M.). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. (Handgeschreven, rechtsboven:)
C. Muller [?]

(Getypt, linksboven:)
vD/HG.
64/23/2 M.

(Handgeschreven aantekening in het midden:)
Grevenstuk betaalde f 35,-
op 26 April
Met deze kwijtschelding ad 90,-
is de geheele schuld van 125,-
verdwenen
26/5 [gevolgd door onleesbare paraaf]

(Getypt onderwerp:)
Kwijtschelding betaling
marktgeld Centrale Markt
aan J.B. Grevenstuk.

(Getypt, rechts:)
26 April 1939.

(Getypt, adres:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

(Getypte tekst lichaam:)
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.B. Grevenstuk, Sassenheimstraat 31, die voor het kalenderjaar 1936 een plaats buiten de hal op de Centrale Markt heeft bezet, deze markt- in Juli 1936 heeft verlaten. Grevenstuk bleek financieel niet meer in staat te zijn om als grossier zaken te doen; hij werd in de steun opgenomen, hetgeen momenteel nog het geval is. Grevenstuk heeft destijds niet gevraagd om te worden ontheven van zijn verplichting tot betaling van het plaatsgeld voor de bovenbedoelde plaats, hetwelk f 300,- bedraagt. Op het moment, dat hij de markt verliet, had hij hiervan f 175,- betaald.

Thans vraagt hij weder toegang tot de Centrale Markt als expediteur en hij verzoekt kwijtschelding van marktgeld voor het gedeelte van het jaar, dat hij de markt niet heeft bezocht. Indien hij de bedoelde plaats per kalendermaand had bezet, zou hij deswege over de eerste zeven maanden van dat jaar een bedrag van f 210,- zijn schuldig geweest. Het is mijns inziens daarom billijk, dat hem een bedrag van f 90,- wordt kwijtgescholden. Zijn schuld zou dan nog bedragen: f 35,- (f 125,- min f 90,-), welk bedrag hij in termijnen zou willen afbetalen. Inwilliging van bovenvermeld verzoek beteekent, dat deze man uit de steun kan gaan.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders aan J.B. Grevenstuk voornoemd kwijtschelding wordt verleend van

(Handgeschreven, links in de marge:)
Terug aan
[onleesbaar, mogelijk 'Inspecteur'] * Kern van de zaak: J.B. Grevenstuk was een voormalig grossier die in 1936 failliet ging en in de bijstand ("de steun") terechtkwam. Hij had een schuld van f 125,- aan de gemeente voor een onbetaalde marktstandplaats. In 1939 wil hij weer aan het werk als expediteur.
* Het voorstel: De ambtenaar stelt voor om f 90,- van de schuld kwijt te schelden (gebaseerd op de maanden dat hij de standplaats niet daadwerkelijk gebruikte). De resterende f 35,- zou hij in termijnen terugbetalen.
* Motivatie: De belangrijkste reden voor dit coulante voorstel is sociaal-economisch: door de schuld te verlagen kan Grevenstuk weer aan het werk en hoeft de gemeente hem geen uitkering ("steun") meer te betalen.
* Financiële afwikkeling: Uit de handgeschreven notitie blijkt dat Grevenstuk op 26 april f 35,- heeft betaald. Samen met de kwijtschelding van f 90,- is de volledige schuld van f 125,- hiermee vereffend. Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte nog steeds met de naweeën van de Grote Depressie, wat de vermelding van "de steun" verklaart. De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedseldistributie.

De brief illustreert hoe de gemeente Amsterdam indertijd omging met individuele gevallen van armoede en schuldhulpverlening. Men gaf de voorkeur aan re-integratie op de arbeidsmarkt boven het strikt innen van schulden die een burger verder in de problemen zouden brengen. De Sassenheimstraat, waar de betrokkene woonde, bevindt zich in de Hoofddorppleinbuurt, een wijk die in de jaren '20 en '30 werd gebouwd.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: J.B. Grevenstuk was een voormalig grossier die in 1936 failliet ging en in de bijstand ("de steun") terechtkwam. Hij had een schuld van f 125,- aan de gemeente voor een onbetaalde marktstandplaats. In 1939 wil hij weer aan het werk als expediteur.
  • Het voorstel: De ambtenaar stelt voor om f 90,- van de schuld kwijt te schelden (gebaseerd op de maanden dat hij de standplaats niet daadwerkelijk gebruikte). De resterende f 35,- zou hij in termijnen terugbetalen.
  • Motivatie: De belangrijkste reden voor dit coulante voorstel is sociaal-economisch: door de schuld te verlagen kan Grevenstuk weer aan het werk en hoeft de gemeente hem geen uitkering ("steun") meer te betalen.
  • Financiële afwikkeling: Uit de handgeschreven notitie blijkt dat Grevenstuk op 26 april f 35,- heeft betaald. Samen met de kwijtschelding van f 90,- is de volledige schuld van f 125,- hiermee vereffend.

Historische Context

Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte nog steeds met de naweeën van de Grote Depressie, wat de vermelding van "de steun" verklaart. De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedseldistributie.

De brief illustreert hoe de gemeente Amsterdam indertijd omging met individuele gevallen van armoede en schuldhulpverlening. Men gaf de voorkeur aan re-integratie op de arbeidsmarkt boven het strikt innen van schulden die een burger verder in de problemen zouden brengen. De Sassenheimstraat, waar de betrokkene woonde, bevindt zich in de Hoofddorppleinbuurt, een wijk die in de jaren '20 en '30 werd gebouwd.

Locaties

Amsterdam (Centrale Markt en Sassenheimstraat worden genoemd).

Gerelateerde Documenten 6