Getypte ambtelijke brief/nota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota. 26 april [193]9 (gebaseerd op het cijfer '9' achter de datum, mogelijk 1939 gezien de referentie naar het jaar 1936). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). 1 26 April 9
64/23/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
door hem op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1936 ver-
schuldigd plaatsgeld tot een bedrag van f 90,- zulks op gronden
van billijkheid, krachtens artikel 10 van de Verordening op de
heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De tekst lijkt een besluit of een voorstel te zijn betreffende een marktkoopman (naar wie wordt verwezen met "hem").
De kern van de zaak is een bedrag van 90 gulden aan "plaatsgeld" (stageld) over het jaar 1936 op de Centrale Markt. Er wordt een beroep gedaan op "billijkheid" (redelijkheid), wat in juridische zin betekent dat men afwijkt van de strikte regels omdat de toepassing daarvan in dit specifieke geval onrechtvaardig zou zijn. Als wettelijke basis wordt artikel 10 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" aangehaald.
Het document is sober van opzet, wat typerend is voor de administratieve stijl van de jaren dertig. De afkorting f staat voor de Nederlandse gulden (florijn). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was in de jaren dertig het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. De Wethouder voor de Levensmiddelen hield toezicht op de markt en de voedselvoorziening, een post die in de crisisjaren en de daaropvolgende oorlogsjaren van groot strategisch belang was.
Het jaar 1936 viel midden in de nasleep van de Grote Depressie. Veel marktkooplieden hadden moeite om het hoofd boven water te houden, wat de verwijzing naar "gronden van billijkheid" verklaart. De gemeente Amsterdam paste vaker dergelijke regelingen toe om ondernemers die buiten hun schuld in de problemen kwamen, tegemoet te komen. Het feit dat er in 1939 (indien de '9' daarvoor staat) nog over 1936 wordt gecorrespondeerd, wijst op een langdurige procedure of een herziening van oude schulden.