Ambtelijk schrijven / Adviesbrief betreffende kwijtschelding.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Adviesbrief betreffende kwijtschelding. 25 april 1939 (met archiefstempel/aantekening van 26/4/39). [Marginale aantekeningen linksboven:]
Kwijtschelding betaling doorl.
marktgeld Centrale Markt
aan J. B. Grevenstuk
64/23/2 [in rood]
26/4/39
[Rechtsboven:]
A’dam, 25/4 1939
W. L. M.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J. B. Grevenstuk, Sassenheimstr. 31, die voor het kalenderjaar 1936 een plaats [ingevoegd: buiten] de hal op de Centrale Markt heeft bezet, deze markt in Juli 1936 heeft verlaten. Grevenstuk bleek financieel niet meer in staat te zijn om als grossier zaken te doen; hij werd in de steun opgenomen, hetgeen momenteel nog het geval is. Grevenstuk heeft destijds niet gevraagd om te worden ontheven van zijn verplichting tot betaling van het marktgeld voor de bovenbedoelde plaats, hetwelk f 300,- bedraagt. Op het moment, dat hij de markt verliet, had hij hiervan f 175.- betaald.
Thans vraagt hij weder toegang tot de Centrale Markt als expediteur en hij verzoekt kwijtschelding [doorgehaald: tot dit] van marktgeld voor het gedeelte van het jaar, dat hij de markt niet heeft bezocht. Indien hij de bedoelde plaats per kalendermaand had bezet, zou hij deswege over de eerste zeven maanden van dat jaar een bedrag van f 210,- zijn schuldig geweest. Het is mijns inziens daarom billijk, dat hem een bedrag van f. 90.- wordt kwijtgescholden. Zijn schuld bedraagt f 125.- / f 35.- / f 125.- min [onleesbaar/berekening]. Het document is een ambtelijk advies over een belastingschuld (marktgeld) uit 1936. De heer J.B. Grevenstuk was werkzaam als grossier op de Amsterdamse Centrale Markt, maar moest zijn activiteiten in juli 1936 staken vanwege financiële problemen. Hij raakte afhankelijk van de armenzorg ("in de steun").
In 1939 wenst hij terug te keren naar de markt, maar nu in de functie van expediteur. Er staat echter nog een schuld open. De totale jaarhuur voor zijn plek in 1936 was 300 gulden, waarvan hij 175 gulden had voldaan. Hoewel hij formeel voor het hele jaar had getekend, heeft hij de plek slechts 7 maanden gebruikt. De schrijver van de brief rekent voor dat hij bij een maandelijkse verrekening over die 7 maanden 210 gulden verschuldigd zou zijn geweest.
Het advies luidt om 90 gulden (het resterende deel van de jaarhuur na aftrek van de 7 gebruikte maanden) kwijt te schelden. Hierdoor zou de resterende schuld van de heer Grevenstuk dalen van 125 gulden naar slechts 35 gulden, wat hem de mogelijkheid biedt om zijn werkzaamheden als expediteur te hervatten. Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische situatie aan het einde van de jaren dertig in Amsterdam. De naweeën van de Grote Depressie waren nog voelbaar, wat blijkt uit het feit dat de betrokkene "in de steun" zat. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was een streng gereguleerde omgeving waarvoor men vergunningen en standplaatsgelden verschuldigd was aan de gemeente. De brief toont een zekere mate van ambtelijke souplesse en redelijkheid ("billijkheid") om burgers die uit de bijstand willen komen, weer aan het werk te helpen door oude schulden gedeeltelijk kwijt te schelden.