Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 97
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

3 juni 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam, gezien de inhoud). De handtekening/paraf rechtsboven en de aantekening linksonder vermelden "M. Müller". Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 3 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam, gezien de inhoud). De handtekening/paraf rechtsboven en de aantekening linksonder vermelden "M. Müller". Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Müller

VP/HG.

64/28/1 M.
n 2

3 Juni 1939.

Huurcontract ten name van
H. Bernhard.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat
H. Bernhard, die pakhuisafdeeling no. D 25 op de Centrale
Markt heeft gehuurd voor de periode van 1 April 1939 tot
en met 31 Maart 1940, thans, gerekend te zijn ingegaan 1
Juni jl., in aanmerking wenscht te komen als huurder van
pakhuisafdeeling no. D 21, zulks ingevolge het bepaalde in
artikel 17 lid 3 van het Reglement op de Centrale Markt,
voorschrijvende, dat een plaats of pakhuisafdeeling op de
markt, die beschikbaar komt, in de eerste plaats ter be-
schikking staat van degenen, die reeds een soortgelijke
plaats of pakhuisafdeeling gebruiken en deze tegen de be-
schikbaar gekomen plaats of pakhuisafdeeling willen ruilen.

Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen be-
vorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders
het met H. Bernhard gesloten huurcontract terzake van pak-
huisafdeeling no. D 25 op de Centrale Markt wordt ontbonden
gerekend te zijn ingegaan 1 Juni 1939. Ik verzoek U beleefd
daarna de onderteekening van bijgaand contract (in duplo)
door den heer Burgemeester te doen plaatsvinden en het mij
te doen terugzenden, teneinde voor registratie en uitrei-
king van een exemplaar aan belanghebbende te kunnen zorg-
dragen.

, De Directeur,

[Linksonder, handgeschreven in een cirkel:]
terug aan
Müller In deze brief verzoekt de directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een administratieve wijziging in een huurcontract. De heer H. Bernhard, een bestaande huurder van pakhuisafdeling D 25, wenst gebruik te maken van zijn voorkeursrecht om te ruilen naar pakhuisafdeling D 21, die blijkbaar is vrijgekomen.

De directeur onderbouwt dit verzoek met een verwijzing naar het 'Reglement op de Centrale Markt' (artikel 17 lid 3), waarin staat dat bestaande huurders voorrang hebben bij het ruilen van soortgelijke plekken. De procedure vereist dat het oude contract voor D 25 wordt ontbonden per 1 juni 1939 en dat een nieuw contract door de Burgemeester wordt ondertekend.

De brief is een typisch voorbeeld van de formele, hiërarchische communicatie binnen het gemeentelijk apparaat van Amsterdam in het interbellum, waarbij zelfs een relatief simpele ruil van een marktkraam of pakhuis een besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) vereiste. De brief is gedateerd op 3 juni 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was een cruciale post, zeker met de dreigende oorlogssituatie en de daarmee gepaard gaande noodzaak voor centrale regie op de distributie.

De genoemde "H. Bernhard" was een van de vele handelaren die een pakhuis huurden voor de opslag en doorvoer van goederen. De strikte toepassing van het reglement en de noodzaak voor een officieel besluit van B&W tonen aan hoe strak de regie van de gemeente op de marktactiviteiten was. De handgeschreven aantekening "terug aan Müller" suggereert dat de directeur (Müller) de documenten na ondertekening weer in eigen beheer wilde krijgen om de afhandeling met de huurder te voltooien.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een administratieve wijziging in een huurcontract. De heer H. Bernhard, een bestaande huurder van pakhuisafdeling D 25, wenst gebruik te maken van zijn voorkeursrecht om te ruilen naar pakhuisafdeling D 21, die blijkbaar is vrijgekomen.

De directeur onderbouwt dit verzoek met een verwijzing naar het 'Reglement op de Centrale Markt' (artikel 17 lid 3), waarin staat dat bestaande huurders voorrang hebben bij het ruilen van soortgelijke plekken. De procedure vereist dat het oude contract voor D 25 wordt ontbonden per 1 juni 1939 en dat een nieuw contract door de Burgemeester wordt ondertekend.

De brief is een typisch voorbeeld van de formele, hiërarchische communicatie binnen het gemeentelijk apparaat van Amsterdam in het interbellum, waarbij zelfs een relatief simpele ruil van een marktkraam of pakhuis een besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) vereiste.

Historische Context

De brief is gedateerd op 3 juni 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was een cruciale post, zeker met de dreigende oorlogssituatie en de daarmee gepaard gaande noodzaak voor centrale regie op de distributie.

De genoemde "H. Bernhard" was een van de vele handelaren die een pakhuis huurden voor de opslag en doorvoer van goederen. De strikte toepassing van het reglement en de noodzaak voor een officieel besluit van B&W tonen aan hoe strak de regie van de gemeente op de marktactiviteiten was. De handgeschreven aantekening "terug aan Müller" suggereert dat de directeur (Müller) de documenten na ondertekening weer in eigen beheer wilde krijgen om de afhandeling met de huurder te voltooien.

Gerelateerde Documenten 6