Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W).
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W). 28 juli 1939. [Stempel linksboven:] № 64/32/3 M. 1939 [met handgeschreven toevoeging, mogelijk een ‘a’]
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
No. 596 L.M. 1939.
Kwijtschelding marktgeld op gronden van billijkheid.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 28 Juli 1939.
[Handgeschreven paraaf rechts:] m. h. Müller [?]
Op voorstel van den Wethouder voor het Onderwijs voor den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst Marktwezen, d.d. 20 Juli 1939, No. 64/32/2 M;
Gelet op artikel 10 der Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
den Directeur van den Dienst van het Marktwezen te machtigen aan L. Witteveen, Spuistraat 19, alhier, kwijtschelding te verleenen van een bedrag van ƒ 197.50 aan marktgeld, zulks op gronden van billijkheid.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
H.P.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Handgeschreven linksonder:]
Geboekt voor Memoriaal 153 Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders uit de zomer van 1939. Het betreft een individuele financiële gunstverlening: het kwijtschelden van een schuld aan de gemeente.
- De Begunstigde: L. Witteveen, woonachtig aan de Spuistraat 19 in Amsterdam.
- Het Bedrag: ƒ 197,50. Voor 1939 was dit een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: het gemiddelde weekloon voor een arbeider lag toen rond de 25 à 30 gulden).
- De Grondslag: "Billijkheid". Dit wijst erop dat de schuld juridisch gezien weliswaar terecht was, maar dat er persoonlijke, sociale of financiële omstandigheden waren waardoor het innen van de schuld als onrechtvaardig of onmogelijk werd beschouwd door de gemeente.
- De Procedure: Het besluit is tot stand gekomen na een rapport van de Directeur van het Marktwezen en wordt gedragen door de Wethouder van Levensmiddelen. Het document is ondertekend door de Secretaris, Van Lier. Het document dateert van juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeerde in een periode van economische onzekerheid en mobilisatie.
In deze periode waren markten een cruciale bron van inkomsten voor de stad, maar ook de plek waar veel kleine zelfstandigen hun brood verdienden. De "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" regelde de belastingen die kooplieden moesten betalen voor hun plek op de markt. Dat de gemeente bereid was tot kwijtschelding op gronden van billijkheid, getuigt van een zeker sociaal beleid ten aanzien van noodlijdende kleine ondernemers.
Opvallend is de gecombineerde wethoudersportefeuille: "Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen". Dit was een voorloper van wat we nu sociale zaken of volksgezondheid zouden noemen, gericht op de primaire levensbehoeften en hygiëne van de Amsterdamse bevolking in het interbellum. De handgeschreven notitie "Geboekt voor Memoriaal 153" geeft aan dat dit besluit administratief is verwerkt in de boekhouding van de stad.