Getypte brief/rapport.
Origineel
Getypte brief/rapport. 12 augustus 1939. Onbekend (ondertekend door een functionaris, mogelijk H. Heemskerk). den heer Bedrijfschef.
Van de "oude schulden" waarvoor een afspraak is gemaakt worden door de boekhouding kwitanties uitgeschreven. De inners ontvangen iederen morgen een bundel kwitanties ter inning op de C.M. waaronder ook die van de oude schuld. Zij zijn hiervoor verantwoordelijk. Het is echter niet gemakkelijk een dubieuze debiteur, die in den regel niet aan een verkoopplaats gebonden is op de C.M. te ontmoeten. Omgekeerd vindt een dubieuze debiteur, die wenscht te betalen, niet gemakkelijk den inner. Hij weet trouwens niet, dat daarvoor steeds dezelfde menschen dienst doen. Voor hem zijn alle ambtenaren van Marktwezen ook inners van de marktgelden. Hij weet dan ook zonder zoeken aan de poort steeds controleurs te kunnen treffen, zoodat hij zich in vele gevallen tot een van de portiers wendt om het "afgesproken bedrag" te betalen. Deze verzoekt dan den debiteur even te willen wachten, totdat de inner met zijn kwitantie aan de poort komt, nadat hij op de C.M. door een van de ambtenaren is gewaarschuwd. De betalers wenschen hierop evenwel nooit te wachten en geven het geld af onder de toevoeging "die kwitantie krijg ik straks of morgen wel". De ontvangende portier draagt het ontvangen bedrag zoo spoedig mogelijk af aan den inner en deze geeft hierop de kwitantie voorzien van de aanteekening "reeds betaald" uit handen aan den portier, die hem aan den eigenaar uitreikt.
Aan S. Degen is (zie ook bijgaand rapport van den controleur Ubben) dan ook geen kwitantie geweigerd. Hem is medegedeeld, dat zijn kwitantie nog niet op het kaartenbureau aanwezig was. Het gaat niet aan de inners te verplichten de kwitanties zonder tegenwaarde aan de poort te laten deponeeren, totdat op zekeren dag de dubieuze debiteur naar de markt komt en dan wil of moet betalen. Dit zou b.v. voor een maandbetaler als Smeerdijk dan een kleine dertig maal zonder betaling kunnen gebeuren.
Bedoelde wijze van innen der "oude schulden" heeft tot heden steeds goed voldaan en voor zoover mij bekend geen aanleiding tot klachten gegeven. Ik vertrouw dat ook S. Degen in andere omstandigheden met deze gang van zaken genoegen zou hebben genomen.
Amsterdam 12 Augustus 1939
[Handtekening: H. Heemskerk] De kern van dit document is een verdediging van de bestaande werkwijze met betrekking tot het innen van achterstallige betalingen op de Centrale Markt in Amsterdam. De auteur legt de logistieke puzzel uit: "inners" (incassanten) en "dubieuze debiteuren" (schuldenaars) zijn beide mobiel op het grote marktterrein, waardoor ze elkaar vaak mislopen.
Er is een informele praktijk ontstaan waarbij portiers bij de poort betalingen aannemen zonder direct een kwitantie te kunnen overhandigen, omdat de officiële kwitantie in het bezit is van de rondlopende inner. De auteur weigert echter om deze kwitanties vooraf bij de poort achter te laten ("deponeeren"), omdat dit het risico op fraude of administratieve fouten vergroot — met name bij frequente bezoekers zoals de genoemde "Smeerdijk". Het incident met S. Degen wordt afgedaan als een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarbij de auteur de huidige pragmatische, maar ietwat omslachtige werkwijze handhaaft. Dit document stamt uit augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Centrale Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) vormden het hart van de Amsterdamse voedseldistributie.
Het schrijven geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse administratieve rompslomp van het "Marktwezen". Het laat de spanning zien tussen de rigide bureaucratie van de boekhouding (die genummerde kwitanties uitschrijft waarvoor ambtenaren persoonlijk verantwoordelijk zijn) en de dynamische, soms chaotische realiteit van de handel op de werkvloer. Namen als Smeerdijk, Degen en Ubben verwijzen waarschijnlijk naar destijds bekende marktkooplieden of ambtenaren binnen dit specifieke Amsterdamse ecosysteem.