Administratief memorandum / ambtelijke notitie.
Origineel
Administratief memorandum / ambtelijke notitie. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 64/42/1 1939.
DOORGEZONDEN: 29/8
[Tekst rechtsboven]
Jan Burgers is betaald f 24.=
Dus heeft hij nog f 66.= te betalen
zie dossier 2/15 / Arbeidsm.
[Hoofdtekst]
Droge tuinder Burgers (plaats 120)
heeft als volgt gemarkt in 1939:
Januari 8 x
Maart 4 x
April 2 x
Juli 12 x
Aug. 13 x
Sept. 7 x
October 2 x
—————
48 x
[Rode aantekening midden links]
2 64/4/1 M
[Verticale kanttekening rechts]
Aan Wethouder adviseeren om het verzoek af te wijzen
[Onderste paragraaf]
In de periode van mobilisatie heeft zijn schoonzoon voor hem gemarkt. Bovendien heeft Burgers in de periode 2 Mei t/m 27 Juni 1939, 29 maal zijn producten ingevoerd bij de Ned. Veiling.
[Ondertekening rechtsonder]
Amsterdam 26 October 1939
Steenbeek [?]
[Voetnoot drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk verslag betreffende de marktactiviteiten van een zekere "droge tuinder Burgers". De tekst is geschreven in een duidelijk leesbaar 20e-eeuws cursief handschrift.
Opvallend is het gebruik van verschillende pennen/inkten: de hoofdhandschrift in grijze inkt, een administratief nummer in vette rode stift/krijt, en een marginale notitie in zwarte inkt. Deze laatste notitie ("Aan Wethouder adviseeren...") is cruciaal; het is de beleidsmatige conclusie van het rapport.
De tabel geeft een overzicht van hoe vaak Burgers zijn waren op de markt heeft aangeboden. Er wordt specifiek vermeld dat zijn schoonzoon het werk overnam tijdens de mobilisatie, wat duidt op de impact van de oorlogsdreiging op de lokale economie en de noodzaak voor ontheffingen of bewijslast voor aanwezigheid op de markt. Dit document stamt uit oktober 1939, de periode van de Mobilisatie in Nederland kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Veel mannen werden opgeroepen voor militaire dienst, waardoor familieleden (zoals hier de schoonzoon) de bedrijfsvoering moesten overnemen.
De term "droge tuinder" duidt op een kweker van producten die niet direct voor consumptie bestemd zijn (zoals bloembollen of zaden) of tuinders op zandgrond. De administratie lijkt te dienen om te bepalen of Burgers recht had op bepaalde vergoedingen, standplaatsrechten of ontheffingen. De "Ned. Veiling" (Nederlandse Veiling) was het centrale punt voor de afzet van tuinbouwproducten. De aanbeveling om het verzoek van de tuinder af te wijzen, suggereert dat de ambtenaar op basis van de marktcijfers (slechts 48 keer in een jaar) vond dat Burgers niet voldeed aan de gestelde eisen. M. No