Ambtsbrief (doorslag of typoscript).
Origineel
Ambtsbrief (doorslag of typoscript). 19 december 1939. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, mogelijk Publieke Werken gezien de context van opdrachten aan kunstenaars). VP/HG.
1/97/2 M.
1
Verzonden 19/12-39. [handgeschreven] 19 December 1939.
Opdrachten voor
beeldende kunstenaars.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
13 December jl. om advies ontvangen stuk No. 938 L.M.1938
heb ik de eer U te berichten, dat voor mijn dienst geen op-
drachten aan beeldende kunstenaars, zooals in dit stuk be-
doeld, in het jaar 1940 behoeven te worden verstrekt.
De Directeur, * Administratieve context: De brief is een formeel antwoord op een adviesaanvraag ("kantbrief") van 13 december. Het dossiernummer L.M.1938 verwijst waarschijnlijk naar de afdeling Levensmiddelen.
* Inhoud: De directeur laat weten dat er voor zijn specifieke dienst geen noodzaak of budgettaire ruimte is om in 1940 opdrachten te verstrekken aan beeldend kunstenaars.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse bureaucratie, met beleefdheidsvormen als "heb ik de eer U te berichten" en de archaïsche spelling "zooals".
* Visuele kenmerken: De brief is opgesteld met een typemachine. De handgeschreven notitie "Verzonden 19/12-39" dient als administratieve bevestiging van verzending. De letters "VP/HG" zijn initialen van de opsteller en de typist(e). * Historische periode: December 1939. De Tweede Wereldoorlog is reeds uitgebroken (september 1939), maar Nederland is op dit moment nog neutraal en niet bezet.
* Kunstbeleid: In deze periode was het gebruikelijk dat de overheid (rijk en gemeente) kunstenaars steunde via opdrachten voor openbare gebouwen of instellingen. Dit was deels bedoeld ter verfraaiing van de stad, maar ook als vorm van werkverschaffing of sociale steun aan kunstenaars tijdens de crisisjaren.
* Lokaal bestuur: De brief is gericht aan een "Wethouder voor de Levensmiddelen", een functie die in tijden van mobilisatie en dreigende schaarste (zoals eind 1939) zeer belangrijk was vanwege de distributie en voedselvoorziening. Dat deze wethouder betrokken is bij kunstenaarsopdrachten kan erop wijzen dat er werd gekeken naar decoratie voor nieuwe distributiekantoren, centrale keukens of soortgelijke voorzieningen. Het antwoord van de directeur is echter resoluut afwijzend voor wat betreft zijn eigen dienst.