Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 255
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratieve staat / overzicht.

Origineel

Administratieve staat / overzicht. AANTAL TUINDERS DIE VEILEN

1935 gaan veilen 34 tuinders
1936 bijgekomen 16 "
-----
50 tuinders
1937 bijgekomen 13 "
-----
63 tuinders
1938 bijgekomen 17 "
-----
80 tuinders
1939 bijgekomen 2 "
-----

Zoodat op heden veilen 82 tuinders
=============

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

[In rode inkt, links:]
15 natte
67 droge
[handtekening/paraf, mogelijk "Kees" of "Fees"]

[Getypt, rechtsonder:]
DE GECOMBINEERDE TUINBOUW
ORGANISATIES TE AMSTERDAM. Het document is een kwantitatief overzicht van de groei van het aantal aangesloten tuinders bij een Amsterdamse veilingorganisatie in de periode 1935-1939. De groei is gestaag, van 34 leden bij aanvang naar 82 aan het eind van de periode.

Bijzonder zijn de handgeschreven toevoegingen in rode inkt. Deze maken een onderscheid tussen "15 natte" en "67 droge" tuinders. Samen vormen zij het totaal van 82. In de historische context van de Amsterdamse tuinbouw (denk aan gebieden als de Sloterpolder) verwees dit onderscheid naar de wijze van transport of de ligging van de akkers:
* Natte tuinders: Bereikten de veiling over het water (per schuit).
* Droge tuinders: Bereikten de veiling over de weg (per kar of vrachtwagen). Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de tuinbouw rondom Amsterdam sterk in beweging was door toenemende verstedelijking en de noodzaak tot betere organisatie in de afzet (veilingwezen). "De Gecombineerde Tuinbouw Organisaties te Amsterdam" trad waarschijnlijk op als belangenbehartiger of koepelorgaan voor verschillende kleinere verenigingen. De verdeling tussen 'nat' en 'droog' illustreert de overgangsfase waarin het vervoer over water nog een rol speelde, maar het wegtransport (de 'droge' kant) al de overhand had genomen.

Samenvatting

Het document is een kwantitatief overzicht van de groei van het aantal aangesloten tuinders bij een Amsterdamse veilingorganisatie in de periode 1935-1939. De groei is gestaag, van 34 leden bij aanvang naar 82 aan het eind van de periode.

Bijzonder zijn de handgeschreven toevoegingen in rode inkt. Deze maken een onderscheid tussen "15 natte" en "67 droge" tuinders. Samen vormen zij het totaal van 82. In de historische context van de Amsterdamse tuinbouw (denk aan gebieden als de Sloterpolder) verwees dit onderscheid naar de wijze van transport of de ligging van de akkers:
* Natte tuinders: Bereikten de veiling over het water (per schuit).
* Droge tuinders: Bereikten de veiling over de weg (per kar of vrachtwagen).

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de tuinbouw rondom Amsterdam sterk in beweging was door toenemende verstedelijking en de noodzaak tot betere organisatie in de afzet (veilingwezen). "De Gecombineerde Tuinbouw Organisaties te Amsterdam" trad waarschijnlijk op als belangenbehartiger of koepelorgaan voor verschillende kleinere verenigingen. De verdeling tussen 'nat' en 'droog' illustreert de overgangsfase waarin het vervoer over water nog een rol speelde, maar het wegtransport (de 'droge' kant) al de overhand had genomen.

Gerelateerde Documenten 6