Getypte interne rapportage/brief met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte interne rapportage/brief met handgeschreven aantekeningen. Maart 1939 ("M. 1939"). (Linksboven handgeschreven:) 3. bijbehoorende rapporten.
(Stempel middenboven:) No 64/1 // M. 1939 w
(Rechtsboven:) den Heer Bedrijfschef.
Het indeelen van de natte en droge tuinders voor de nieuwe plaatsen geschiedt jaarlijks in de tweede helft van December van het afloopende jaar. Hierbij wordt gehandeld naar de volgende regelen, destijds vastgesteld in overleg met en tot tevredenheid van de Gecombineerde Tuindersorganisaties:
I. Den tuinders worden plaatsen toegewezen naar den ouderdom als markttuinder, met dien verstande, dat de oudste tuinder de laagst genummerde plaats krijgt te bezetten. (De nummering van de natte tuinders begint bij pier A en loopt door tot en met pier D.)
II. Bij uitvallen van tuinders wordt aan het eind van het jaar opschuiving toegepast, zoodat de opengevallen plaatsen aan de opvolgende lagere "nummers" toegewezen worden.
III. De tuinders, die om eenigerlei reden, verkoop van tuin, vertrek naar elders of het "worden" van inzender veiling, aan het eind van het jaar aan de G.T.O. of Marktwezen te kennen geven, dat zij niet meer voor een plaats in het a.s. jaar in aanmerking wenschen te komen, worden niet weer op de nieuwe lijst ingedeeld, zoodat voor de overblijvende tuinders de onder II bedoelde opschuiving plaats vindt.
IV. Is een tuinder wel op de nieuwe lijst ingedeeld, heeft hij dus een jaarverklaring geteekend en verdwijnt hij na korteren of langeren tijd te hebben gemarkt naar de veiling (of naar elders) dan wordt zijn plaats het geheele jaar voor hem beschikbaar gehouden (zie ook II) en blijft hij voor f 90.- marktgeld te boek staan. Bij "blijvend" vertrek, mits dit voor 1 Juli had plaats gevonden, is hem tot heden steeds op aanvraag restitutie verleend van marktgeld over de maanden waarop door hem niet is gemarkt. Bij terugkomst in hetzelfde jaar werd de volle f 90.- op hem verhaald.
Voor 1939 is door mij wederom de nieuwe tuindersplaatsenlijst volgens bovenbedoelde regelen opgemaakt, waarbij de tuinders L.C.
(Handgeschreven in de linker marge:)
H. Grunitz verhuurt tuin.
Heeft hier nog niet mee gemoeid. * Taalgebruik: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "indeelen", "loopende", "zoodat"). De toon is strikt zakelijk en procedureel.
* Systeem: Er wordt gewerkt met een anciënniteitsprincipe ("ouderdom als markttuinder"). Hoe langer men in het vak zit, hoe gunstiger (lager) het nummer van de standplaats.
* Logistiek: De vermelding van "natte tuinders" en "pier A t/m D" duidt op aanvoer van groenten en fruit per schuit. Dit was kenmerkend voor de Amsterdamse groothandelsmarkt, waar tuinders uit de regio (zoals het Westland of de Sloterpolder) hun waren direct vanaf het water verkochten.
* Financiën: De jaarlijkse kosten voor een plaats bedroegen 90 gulden, wat in 1939 een aanzienlijk bedrag was (vergelijkbaar met ongeveer 900 tot 1000 euro nu). Dit document weerspiegelt de bureaucratische ordening van de voedselvoorziening in Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De samenwerking met de "Gecombineerde Tuindersorganisaties" toont aan dat er sprake was van een corporatistisch overlegmodel tussen de overheid (Marktwezen) en belangenverenigingen. De handgeschreven kanttekening over "H. Grunitz" wijst op een specifiek handhavingsgeval waarbij een tuinder illegaal zijn toegewezen plaats/tuin zou onderverhuren, wat inging tegen de strikte persoonlijke toewijzing op basis van de lijst. H. Grunitz I. Den Marktwezen