Getypte brief of rapportage met handgeschreven correcties.
Origineel
Getypte brief of rapportage met handgeschreven correcties. Begin januari 1939 (gebaseerd op de tekst "zulks voor 1 Jan. 1939" en "Op 4 en 5 Jan. j.l."). H.
Holla en G.J. Sickmann, die hadden opgegeven in 1939 niet meer in aanmer-
komen,
king te willen /voor een tuindersplaats, omdat zij gingen veilen, niet meer
werden ingedeeld. In overleg met U hebben hierop de tuinders, die van de
kop van een pier (betere plaatsen) naar het eind van een pier (minder goe-
de plaatsen) werden verplaatst daarvan een schriftelijke mededeeling
gehad met vermelding van pier en nummer, zulks voor 1 Jan. 1939.
Op 4 en 5 Jan. j.l. verschenen met den heer Dinkgreve respectievelijk
de heeren L.C. Holla en G.J. H. Sickmann, die thans verklaarden wel te wil-
len teekenen, doch tevens duidelijk lieten blijken, dat zij hun aanvanke-
lijk voornemen om te gaan veilen niet lieten varen.
Ik heb genoemde tuinders laten teekenen, doch nog niet ingedeeld.
Door deze afwijking van de eenmaal gemaakte afspraak toch verliezen
tuinders hun kopplaatsen waarop zij billijkheidshalve recht hebben ten
voordeele van anderen, die thans aan het eind van een pier zijn ingedeeld.
Zoo worden b.v. de tuinders A. Bosse en Jac. van Weerdenburg van de
eerste en tweede plaats van pier D. verdrongen door de tuinders C.N. Dink-
greve (zoon van den voorzitter) en A.A. de Wit. Ik stel U dan ook voor niet
van de eenmaal vastgestelde algemeene regel af te wijken, doch de reeds
vastgestelde indeeling te handhaven.
In verband met het verminderen van de bezetting van pier D door natte
tuinders bestaat bij de gecombineerde tuindersorganisaties het voornemen,
tegen het volgend jaar aan den heer Directeur voor te stellen pier D.
aan te vullen met achterste tuinders van de pieren A. B. en C. Hiertegen
verzet zich evenwel de eisch van een goede "pakhuisverhuurpolitiek". Immers
pier A. is thans geheel verhuurd en blijft het best verhuurd door alle
natte tuinders aldaar te handhaven. Pier B. is maar half verhuurd, doch
loopt groote kans onverhuurd te blijven als de natte tuinders aldaar
worden "afgebrokkeld", hetgeen eveneens voor pier C. geldt. Genoemd gevaar
bestaat niet of althans in zeer geringe mate voor de zeer in trek zijnde
pakhuisjes op pier D, zoodat opschuiven zoo lang er nog tuinders * Conflict: Het document beschrijft een administratief conflict over de toewijzing van ligplaatsen/verkoopplaatsen voor tuinders. De kern is dat twee tuinders (Holla en Sickmann) eerst afzagen van hun plaats, waardoor anderen naar de gunstige "kopplaatsen" (vooraan de pier) schoven. Toen Holla en Sickmann op hun besluit terugkwamen, dreigden de rechtmatige nieuwe bezetters hun plek weer te verliezen.
* Belangenverstrengeling: De auteur wijst fijntjes op een mogelijk geval van vriendjespolitiek: een van de begunstigden van de wijziging is C.N. Dinkgreve, de zoon van de voorzitter.
* Economische argumentatie: Er wordt een sterk argument gevoerd op basis van "pakhuisverhuurpolitiek". De directie wil voorkomen dat de bezetting op pieren A, B en C verwatert ("afbrokkelen"), omdat dit de huurinkomsten van de bijbehorende pakhuizen in gevaar brengt. Pier D is populair genoeg om een lagere bezetting aan te kunnen.
* Terminologie: "Natte tuinders" verwijst naar tuinders die hun producten over het water aanvoerden (met schuiten), wat gebruikelijk was bij de Amsterdamse Markthallen. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Marktwezen of de Centrale Markthallen in Amsterdam (Jan van Galenstraat). In deze periode (1939) was de organisatie van de aanvoer van groente en fruit strikt gereguleerd. De "kopplaatsen" waren cruciaal voor een snelle afhandeling en verkoop. Het document illustreert de spanning tussen individuele tuindersbelangen, bestuurlijke integriteit en de zakelijke exploitatie van het marktterrein vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. L.C. Holla G.J.H. Sickmann dhr. Dinkgreve (voorzitter) C.N. Dinkgreve (zoon van voorzitter) A. Bosse Jac. van Weerdenburg A.A. de Wit.