Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/getypt met handgeschreven toevoeging:]
№ 64/54/3 M. 1939 9/I - 40
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw.
h.i. [onleesbaar]
[onleesbaar]
[Linksboven onder het nummer:]
No. 931 L.M. 1939.
[Rechtsboven onder de handgeschreven tekst:]
Ontbinding huurcontract pakhuis-
afdeeling Centrale Markt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 22 December 1939.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende be- sluit genomen :
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 7 December 1939, No. 64/54/2 M.;
B e s l u i t e n :
gerekend te zijn ingegaan 1 December 1939 het met J. Brilleslijper, Nieuwe Uilenburgerstraat 82 hs aangegane huurcontract in zake pakhuisafdeeling No. E 4 op de Centrale Markt, als ontbonden te beschouwen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdee- lingen Levensmiddelen, wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrich- tingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
aj
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Linksonder, handgeschreven aantekeningen:]
afgeboekt
op contract
contracten boek
deb. boek
slippenbak
presentie kaart.
11/1 1940
[Paraaf]
[Rechtsonder:]
64 Dit document is een officieel administratief uittreksel (extract) van een besluit van het Amsterdamse college van B&W. Het betreft de formele beëindiging van de huur van een pakhuisruimte (sectie E 4) op de Centrale Markt door een particuliere huurder, de heer J. Brilleslijper.
Het besluit is genomen op 22 december 1939, maar werkt met terugwerkende kracht tot 1 december 1939. De administratieve afhandeling onderaan het document ("afgeboekt op contract", enz.) toont aan dat de verwerking in de diverse registers (contractenboek, debiteurenboek) plaatsvond op 11 januari 1940. De opbouw van het document is typisch voor die tijd: een formeel voorstel van de vakwethouder, een verwijzing naar een ambtelijk rapport van de betreffende dienst (Marktwezen), gevolgd door het eigenlijke besluit en de distributielijst voor afschriften. Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de mobilisatie in volle gang en was de economie al getekend door de oorlogsdreiging. De Centrale Markt was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad.
De huurder, J. Brilleslijper, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, een straat in de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel de reden voor de ontbinding niet expliciet wordt vermeld (het kan een gewone zakelijke beslissing zijn), is het een document dat past in het bredere beeld van het sociaal-economische leven van Joodse Amsterdammers aan de vooravond van de bezetting. Veel Joodse ondernemers hadden het in deze onzekere periode al moeilijk door de internationale spanningen. Het document getuigt van de nauwgezette bureaucratische manier waarop de gemeente Amsterdam haar zaken vastlegde en bijhield.