Handgeschreven berekening/notitie op gelinieerd papier (mogelijk een kladblad of bijlage bij een technisch rapport).
Origineel
Handgeschreven berekening/notitie op gelinieerd papier (mogelijk een kladblad of bijlage bij een technisch rapport). Vergelijking warmte doorlaat
a. spouwmuur; muur 11 c.m.
(met vulling) spouw 6 cm.
muur 16 c.m.
b. muur bekleed muur 22 cm
met gasbeton gasbeton 8 "
Doorlaat
a. $Q_1 = K_1 \times \Delta t \times O \times h$ $\Delta t =$ temp verschil
$= K_1 \times P$ $O =$ opp
$h =$ tijd in uren
$K =$ doorl. coeff
$K_1 = \frac{1}{\sum \frac{\delta}{k}}$ $K_{1,2} =$ doorl. coeff samengestelde wand
$\delta =$ dikte iedere laag
$K_1 = \frac{1}{\frac{0.11}{0.8} + \frac{0.16}{0.8} + \frac{0.06}{0.1}} P =$ $P =$ samenstelling
$\frac{0.8 P}{0.11 + 0.16 + 0.48} = \frac{0.8}{0.75} P =$
$1.07 P$
_______
b. $Q_2 = K_2 \times P$
$\frac{1}{\frac{0.22}{0.8} + \frac{0.08}{0.12}} P = \frac{2.24}{0.66 + 1.6} P =$
$\frac{2.4}{2.26} P = 1.06 P$
_______
Als vulling in geval A aangenomen: kurk.
Aangenomen is dat deze vrijwel gelijk is
aan die van ander organisch vulmateriaal.
--- Dit document bevat een technische berekening waarbij de warmtedoorgangscoëfficiënt (K-waarde, tegenwoordig vaak U-waarde genoemd) van twee verschillende muurconstructies wordt vergeleken:
- Constructie A (Spouwmuur met vulling): Bestaande uit een binnenmuur (11 cm), een buitenmuur (16 cm) en een gevulde spouw (6 cm). De auteur gebruikt specifieke thermische geleidingscoëfficiënten ($k$) voor de materialen: 0.8 voor baksteen en 0.1 voor het isolatiemateriaal in de spouw.
- Constructie B (Muur met gasbeton): Bestaande uit een muur van 22 cm dikte, bekleed met 8 cm gasbeton. Hier worden $k$-waarden van 0.8 voor de muur en 0.12 voor het gasbeton gehanteerd.
De berekening hanteert de formule $Q = K \cdot \Delta t \cdot O \cdot h$, waarbij $Q$ de totale warmtedoorlaat is. De variabele $P$ wordt gebruikt als constante voor de factoren die in beide scenario's gelijk blijven (temperatuurverschil, oppervlakte en tijd).
De uitkomst laat zien dat beide constructies vrijwel identiek presteren wat betreft warmte-isolatie:
* Scenario A: $1.07 P$
* Scenario B: $1.06 P$
Onderaan merkt de auteur op dat voor de spouwvulling in scenario A is gerekend met de waarden van kurk, omdat deze representatief zijn voor andere organische isolatiematerialen.
--- De notitie is representatief voor de bouwfysische praktijk uit de tijd dat isolatie van woningen serieuzer werd genomen, maar nog niet gestandaardiseerd was zoals in de huidige bouwbesluiten. Het gebruik van kurk of "ander organisch vulmateriaal" wijst op een periode vóór de grootschalige introductie van minerale wol of kunststofschuimen (zoals PUR of EPS). Het vergelijken van een traditionele spouwmuur met een constructie van gasbeton suggereert dat de auteur de efficiëntie van destijds 'nieuwe' materialen zoals gasbeton (Ytong) wilde toetsen aan meer traditionele bouwmethoden.