Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 4 maart 1939. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, mogelijk belast met toezicht op handel en verordeningen). In de rechterbovenhoek is de handtekening van waarschijnlijk "M. Rüffer" geplaatst. De Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam (afgeleid uit de term "Alhier" en de verwijzing naar de APV). [Handgeschreven in de rechterbovenhoek:] M. Rüffer
vP/HG.
65/3/5 M.
4 Maart 1939.
Rechtsmaatregelen
tegen F.v.d.Berg.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn rapport d.d. 29 December
jl. (No.65/15/3 M.) heb ik de eer U te berichten, dat bij de
contrôle op de naleving van het zoogenaamde "leurverbod" (arti-
kel 344A der Algemeene Politie Verordening) is gebleken, dat
F.van den Berg, die in bovenaangehaald rapport is genoemd,
aardappelen leverde aan den Centralen Dienst voor de Levensmid-
delenvoorziening. Ik heb mij daarop gewend tot mijn Ambtgenoot
van dien dienst, die mij heeft bericht, dat de Gemeente uit
hoofde van de vorenbedoelde aardappel-leverantie ƒ 564,- aan
Van den Berg schuldig is.
Dezerzijds is daarop overleg gepleegd met den
heer Mr.de Jong, waarnemend Gemeente-advocaat. Deze zal op
bovenvermeld bedrag beslag onder de Gemeente zelve doen leggen
(artikel 757 a W.v.B.Rv.), teneinde daarop de dezerzijds inge-
stelde vordering te kunnen verhalen.
Met den heer Gemeente-advocaat is afgesproken,
dat hem terzake geen verder schriftelijk bericht behoeft te
worden gezonden.
De Directeur, De brief beschrijft een juridische procedure tegen een individu genaamd F. van den Berg. Van den Berg heeft het 'leurverbod' (ongeoorloofde straathandel) overtreden volgens Artikel 344A van de Algemene Politie Verordening (APV). De gemeente heeft een nog openstaande vordering (boete of kosten) op Van den Berg.
Tegelijkertijd blijkt Van den Berg aardappelen te hebben geleverd aan de 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening', waarvoor hij nog een bedrag van 564 gulden van de gemeente tegoed heeft. De directeur stelt voor om de eigen vordering van de gemeente op Van den Berg te innen door beslag te leggen op dit tegoed. Juridisch wordt dit onderbouwd met artikel 757a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (W.v.B.Rv.), wat de gemeente in staat stelt beslag te leggen op gelden die zij zelf aan de schuldenaar verschuldigd is. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de voedselvoorziening in Nederland al onder scherp toezicht stond vanwege de internationale spanningen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' speelde een cruciale rol in het reguleren van de inkoop en distributie van voedsel om tekorten en woekerprijzen tegen te gaan.
Het handhaven van het 'leurverbod' was een middel om de handel in levensmiddelen via officiële kanalen te laten verlopen en zwarte handel of ongecontroleerde verkoop te voorkomen. De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten en de juridische creativiteit (beslag onder de gemeente zelve) om openstaande vorderingen in een crisiseconomie te innen.