Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 393
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/archiefkopie).

31 maart 1939. Van: Waarschijnlijk een functionaris van de Gemeente Amsterdam (Marktwezen). Handgeschreven naam rechtsboven: "M. Broerse". Handgeschreven aantekening: "Verzonden 1/4" (1 april).

Origineel

Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 31 maart 1939. Waarschijnlijk een functionaris van de Gemeente Amsterdam (Marktwezen). Handgeschreven naam rechtsboven: "M. Broerse". Handgeschreven aantekening: "Verzonden 1/4" (1 april). [Handgeschreven:] M. Broerse

65/5/4 M [Handgeschreven:] Verzonden 1/4 vP/G.

31 Maart 1939.

het Bestuur van de Amsterdamsche
Vereeniging van Groothandelaren
in aardappelen,
Centrale Markt no.N 1,
Amsterdam-West.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 dezer bericht ik U, dat U ten onrechte in de meening verkeert, dat de verkoop van aardappelen van die van groente en fruit was gescheiden by de opening der Centrale Markt in 1934. Artikel 19 van het Reglement luidde toen:

"Op de plaatsen en in de pakhuizen in het Oostelyk
"havencomplex en op de plaatsen en in de pakhuizen in de
"hal, mogen geen aardappelen ten verkoop worden uitge-
"stald.
"Het bepaalde in het eerste lid is niet van toe-
"passing op verpakte, zoogenaamde vroege aardappelen, op
"verpakte malta-aardappelen en op daarmede, naar het oor-
"deel van den Directeur van het Marktwezen, gelyk te
"stellen soorten. Deze mogen, wanneer de Directeur voor-
"noemd daartoe toestemming heeft verleend, als monster
"van hoogstens 5 colli van iedere soort ten verkoop wor-
"den uitgestald op de plaatsen en in de pakhuizen in het
"Oostelyk havencomplex en in de hal.
"Op de plaatsen en in de pakhuizen in het Westelyk
"havencomplex mogen geen groente en fruit ten verkoop
"worden uitgestald.
"Op de plaatsen bestemd voor den uitsluitenden
"verkoop van bloemen, mogen alleen bloemen, planten en
"bollen ten verkoop worden uitgestald."

Alleen het ten verkoop uitstallen van aardappelen (andere dan verpakte aardappelen) was toen in de hal en in het Oostelyke havencomplex verboden; de verkoop zelf was daar nog toegestaan; een desbetreffend verbod is eerst met ingang van 1 Mei 1935 ingevoerd. * Juridisch-administratieve precisie: De kern van de brief is een correctie op een interpretatie van de regelgeving. De schrijver wijst op een subtiel maar cruciaal juridisch onderscheid tussen het uitstallen van koopwaar en de daadwerkelijke verkoop ervan.
* Ruimtelijke ordening van de markt: De brief geeft een inkijkje in hoe de Centrale Markt ruimtelijk was ingedeeld in 1934:
* Oostelijk havencomplex & Hal: Oorspronkelijk geen uitstalling van (onverpakte) aardappelen.
* Westelijk havencomplex: Geen uitstalling van groente en fruit.
* Bloemenafdeling: Exclusief voor bloemen, planten en bollen.
* Uitzonderingsposities: Er was een uitzondering voor "monsters" (maximaal 5 colli/verpakkingen) van vroege aardappelen of Malta-aardappelen, mits goedgekeurd door de Directeur van het Marktwezen.
* Tijdslijn: Het document verheldert dat de volledige scheiding van verkooplocaties pas op 1 mei 1935 definitief werd, een jaar na de opening. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) verving de verspreide markten in de stad (zoals de groentemarkt aan de Marnixstraat) om de handel efficiënter en hygiënischer te maken. Deze centralisatie leidde vaak tot frictie tussen verschillende groepen handelaren en de marktmeester/directie over de indeling van terreinen en gebouwen.

Dit document uit 1939 toont aan dat vijf jaar na de opening de exacte regels uit de beginperiode nog steeds onderwerp van discussie waren tussen de vakvereniging van aardappelhandelaren en het markbestuur. Het gebruik van "malta-aardappelen" (vroege import uit Malta) illustreert de internationale aard van de Amsterdamse groothandel in die tijd. De handgeschreven naam "M. Broerse" verwijst vermoedelijk naar de toenmalige directeur of een hoge ambtenaar van de Dienst van het Marktwezen.

Samenvatting

  • Juridisch-administratieve precisie: De kern van de brief is een correctie op een interpretatie van de regelgeving. De schrijver wijst op een subtiel maar cruciaal juridisch onderscheid tussen het uitstallen van koopwaar en de daadwerkelijke verkoop ervan.
  • Ruimtelijke ordening van de markt: De brief geeft een inkijkje in hoe de Centrale Markt ruimtelijk was ingedeeld in 1934:
    • Oostelijk havencomplex & Hal: Oorspronkelijk geen uitstalling van (onverpakte) aardappelen.
    • Westelijk havencomplex: Geen uitstalling van groente en fruit.
    • Bloemenafdeling: Exclusief voor bloemen, planten en bollen.
  • Uitzonderingsposities: Er was een uitzondering voor "monsters" (maximaal 5 colli/verpakkingen) van vroege aardappelen of Malta-aardappelen, mits goedgekeurd door de Directeur van het Marktwezen.
  • Tijdslijn: Het document verheldert dat de volledige scheiding van verkooplocaties pas op 1 mei 1935 definitief werd, een jaar na de opening.

Historische Context

De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) verving de verspreide markten in de stad (zoals de groentemarkt aan de Marnixstraat) om de handel efficiënter en hygiënischer te maken. Deze centralisatie leidde vaak tot frictie tussen verschillende groepen handelaren en de marktmeester/directie over de indeling van terreinen en gebouwen.

Dit document uit 1939 toont aan dat vijf jaar na de opening de exacte regels uit de beginperiode nog steeds onderwerp van discussie waren tussen de vakvereniging van aardappelhandelaren en het markbestuur. Het gebruik van "malta-aardappelen" (vroege import uit Malta) illustreert de internationale aard van de Amsterdamse groothandel in die tijd. De handgeschreven naam "M. Broerse" verwijst vermoedelijk naar de toenmalige directeur of een hoge ambtenaar van de Dienst van het Marktwezen.

Gerelateerde Documenten 6