Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 20 januari 1939 Onbekend (ondergetekende) Bestuur der Centrale Veiling te Amsterdam № 66/3/2 M. 1939 25/1
Ymuiden 20-1-39 ni. Hebbema
Secr.
Bestuur der Centrale Veiling
te Amsterdam.
Mijne Heeren,
De toegangskaart tot de markt werd onder-
getekende ontnomen waarover het volgende:
In 36/37 heeft ondergetekende een mis gekend.
na eenigen tijd kon ik zulks niet meer volhouden, zelfs
had ik mijn geld volkomen verspeeld.
Het gevolg was dat ik naar de steun moest
waar ik meer dan een jaar van trok.
Toen hielp de gemeente mij aan een Handels-
bedrag van f 40. Waarmee ik poogde te beginnen.
Nog steeds doe ik mijn best en hoewel heel
moeilijk kan ik voorloopig buiten de steun blijven.
Thans echter loopt nog de bestaande overeenkomst
van mijn huur-contract; en dienaangaande werd mij mijn
kaart ontnomen.
U zult begrijpen, dat dit voor mij een slag
beteekent; immers zou dat voor mijn gezin wederom
de steun beteekenen; en dat alleen, omdat ik niet
tegen de moeilijke tijdsomstandigheden, bleek te
zijn opgewassen!
Mijn beleefde verzoek is dan ook, mij de
[onderaan rechts]: 534 De brief is een emotioneel en zakelijk pleidooi van een kleine handelaar die zijn toegang tot de markt heeft verloren. De schrijver schetst zijn financiële geschiedenis: na een zakelijke tegenslag ("mis gekend") in 1936-1937 raakte hij zijn kapitaal kwijt en was hij aangewezen op de werkloosheidssteun. Met een klein startkapitaal van de gemeente (40 gulden) probeerde hij weer op eigen benen te staan.
De kern van het probleem lijkt te liggen bij een lopend huurcontract, wat voor de veilingautoriteiten blijkbaar reden was om zijn marktkaart in te trekken. De schrijver benadrukt dat het verlies van deze kaart onherroepelijk zal leiden tot een terugval in de armoede en een hernieuwde afhankelijkheid van de staat ("de steun") voor zijn gehele gezin. Dit document stamt uit de late periode van de Grote Depressie in Nederland. De economische omstandigheden waren zwaar, en de overheid voerde een streng beleid rondom "de steun" (de voorloper van de bijstand). Voor kleine zelfstandigen was een vergunning of toegangskaart tot een centrale markt van levensbelang; zonder dit konden zij hun waren niet verhandelen.
De "Centrale Veiling" in Amsterdam was in die tijd een cruciaal handelspunt voor groenten, fruit en andere goederen. De brief illustreert de kwetsbaarheid van de kleine handelaar in een tijd van economische schaarste en de bureaucratische hindernissen die men tegenkwam bij pogingen tot economisch herstel.