Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 2
Dossier 55
Jaar 1939
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.

26 mei 1939.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. 26 mei 1939. Nº 66/10/3 M. 1939 6/6 [handgeschreven: Marktw.]

No.373 L.M.1939. Kwijtschelding marktgeld.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Vrijdag, 26 Mei 1939.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen dd. 1 Mei 1939, No.66/10/2 M (No.373 L.M.);
Gelet op het kantschrijven van den Burgemeester dd. 20 Mei 1939 (No.589/825 F.1939);

B e s l u i t e n :
op gronden van billijkheid aan J. Brilleslijper, Bloys van Treslongstraat 35, van het door hem over het kalenderjaar 1936 verschuldigde marktgeld een bedrag van f 150.- (één honderd en vijftig gulden) kwijt te schelden.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
AL.

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.

[Margenotities: "memo 113", een rode paraaf en handgeschreven namen/initialen rechtsboven zoals "Mr Muller"] Dit document is een officieel uittreksel van een besluit genomen door het college van B&W van Amsterdam in mei 1939. Het besluit betreft een financiële tegemoetkoming aan een individuele burger, de heer J. Brilleslijper.

De kern van de beslissing is de kwijtschelding van een schuld van 150 gulden aan marktgeld, daterend uit 1936. Opvallend is dat de reden wordt geformuleerd als "op gronden van billijkheid". Dit wijst erop dat er geen strikt juridische noodzaak was voor de kwijtschelding, maar dat de gemeente uit coulance handelde, waarschijnlijk vanwege de persoonlijke of financiële omstandigheden van de betrokkene. Het bedrag van 150 gulden was voor die tijd aanzienlijk (vergelijkbaar met ongeveer 1500 euro nu).

Het document toont de ambtelijke structuur van die tijd: het voorstel komt van een wethouder met een zeer brede portefeuille (Levensmiddelen én wasch-/badinrichtingen) en wordt getoetst door de directeur van het Marktwezen. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode van economisch moeizaam herstel na de Grote Depressie. Voor marktkooplieden was het een zware tijd, wat de noodzaak voor kwijtscheldingen verklaart.

De naam Brilleslijper is een bekende Joodse naam in Amsterdam; veel Joodse Amsterdammers waren in deze periode werkzaam in de handel en op de markten (zoals de nabijgelegen markt op het Mercatorplein of de Ten Katemarkt). De locatie Bloys van Treslongstraat ligt in de Baarsjes (Amsterdam-West).

Historisch gezien is de datum (mei 1939) wrang: het is minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. Voor veel Joodse marktkooplieden zou hun situatie na mei 1940 drastisch verslechteren door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, die hen uiteindelijk volledig van de markten zouden weren. Dit soort administratieve documenten uit het stadsarchief biedt vaak de laatste sporen van het 'normale' sociaal-economische leven van deze burgers vlak voor de oorlog.

Samenvatting

Dit document is een officieel uittreksel van een besluit genomen door het college van B&W van Amsterdam in mei 1939. Het besluit betreft een financiële tegemoetkoming aan een individuele burger, de heer J. Brilleslijper.

De kern van de beslissing is de kwijtschelding van een schuld van 150 gulden aan marktgeld, daterend uit 1936. Opvallend is dat de reden wordt geformuleerd als "op gronden van billijkheid". Dit wijst erop dat er geen strikt juridische noodzaak was voor de kwijtschelding, maar dat de gemeente uit coulance handelde, waarschijnlijk vanwege de persoonlijke of financiële omstandigheden van de betrokkene. Het bedrag van 150 gulden was voor die tijd aanzienlijk (vergelijkbaar met ongeveer 1500 euro nu).

Het document toont de ambtelijke structuur van die tijd: het voorstel komt van een wethouder met een zeer brede portefeuille (Levensmiddelen én wasch-/badinrichtingen) en wordt getoetst door de directeur van het Marktwezen.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode van economisch moeizaam herstel na de Grote Depressie. Voor marktkooplieden was het een zware tijd, wat de noodzaak voor kwijtscheldingen verklaart.

De naam Brilleslijper is een bekende Joodse naam in Amsterdam; veel Joodse Amsterdammers waren in deze periode werkzaam in de handel en op de markten (zoals de nabijgelegen markt op het Mercatorplein of de Ten Katemarkt). De locatie Bloys van Treslongstraat ligt in de Baarsjes (Amsterdam-West).

Historisch gezien is de datum (mei 1939) wrang: het is minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. Voor veel Joodse marktkooplieden zou hun situatie na mei 1940 drastisch verslechteren door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, die hen uiteindelijk volledig van de markten zouden weren. Dit soort administratieve documenten uit het stadsarchief biedt vaak de laatste sporen van het 'normale' sociaal-economische leven van deze burgers vlak voor de oorlog.

Gerelateerde Documenten 6