Brief/memorandum van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Brief/memorandum van de gemeente Amsterdam. 24 juli 1939. Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid (B.B.W.), Amsterdam. BUREAU TOT BESTRIJDING
VAN DE WERKLOOSHEID
AMSTERDAM
AMSTERDAM, 24 JULI 1939
Sint Agnietenstraat 4, Telefoon 43130, 43321, toestellen 568, 569.
No. B.B.W.
Bijlage
[Handgeschreven: Geheim]
Onder verwijzing naar het besluit van Burgemeester en Wet-
houders van 14 Juli l.l. in zake de centrale werkplaats voor
sigarenmakers en de ongeschikt-verklaring door den Dienst der
Publieke Werken van het schoolgebouw aan het Frederik Hendrik-
plantsoen voor dit doel, heb ik de eer in overweging te geven,
aan Burgemeester en Wethouders voor te stellen, in de eerste
plaats aan den Minister van Financiën mede te deelen, dat het
College bereid is, voor de sigarenmakers, die niet voldoen aan de
bepalingen van de Tabakswet en die thans werkzaam zijn in een
loods op de Marinewerf, lokaliteiten beschikbaar te stellen op
de Centrale Markt voor de uitoefening van hun bedrijf.
Deze lokaliteiten zijn door den Hoofdinspecteur der Invoer-
rechten en Accijnzen te Amsterdam voor dit doel geschikt bevonden.
Verder zal, ten behoeve van het controleerend personeel van het
Departement van Financiën, een lokaal kosteloos ter beschikking
worden gesteld.
Verder den Minister te verzoeken, aan de betrokken ambtena-
ren op te dragen, eenig toezicht op de sigarenfabrikanten uit te
oefenen, op dezelfde wijze, zooals dat tot nu toe op de Marine-
werf geschiedt.
Waar vernomen werd, dat door het Departement van Financiën
aan de huidige huurders toegekend zal worden een vergoeding van
f 50.- voor verhuiskosten en van f 10.- per maand gedurende perio-
den van resp. een half jaar en 2 jaren, is den Minister in
Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. * Kernboodschap: De brief stelt voor om een groep sigarenmakers die momenteel op de Marinewerf werkt, te verhuizen naar de Centrale Markt. Dit is nodig omdat een eerder beoogde locatie (een school aan het Frederik Hendrikplantsoen) ongeschikt werd bevonden door de Dienst der Publieke Werken.
* Doelgroep: Het betreft sigarenmakers die "niet voldoen aan de bepalingen van de Tabakswet". Dit duidt waarschijnlijk op kleine zelfstandigen of thuiswerkers die door aangescherpte wetgeving niet meer zelfstandig mochten produceren en daarom in een door de overheid gefaciliteerde centrale werkplaats werden ondergebracht.
* Financiële aspecten: Er is sprake van een verhuisvergoeding van 50 gulden en een maandelijkse tegemoetkoming van 10 gulden, gefinancierd door het Departement van Financiën.
* Controle: Omdat het om tabak gaat (accijnsgoederen), is de inspectie van Invoerrechten en Accijnzen nauw betrokken. Er wordt specifiek ruimte vrijgemaakt voor controlepersoneel.
* Status: De handgeschreven aantekening "Geheim" suggereert dat de verplaatsing of de specifieke regeling voor deze groep arbeiders op dat moment gevoelig lag binnen het gemeentebestuur. Dit document stamt uit juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte nog met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. Het 'Bureau tot Bestrijding van de Werkloosheid' speelde een cruciale rol in het creëren van werkgelegenheidsprojecten en het ondersteunen van sectoren die het moeilijk hadden.
De sigarenindustrie was van oudsher een belangrijke sector in Amsterdam, maar kenmerkte zich door veel kleinschalige huisnijverheid. De Tabakswet stelde strengere eisen aan productieruimtes (hygiëne, accijnscontrole), waardoor veel kleine producenten gedwongen werden samen te werken in centrale werkplaatsen. De verhuizing van de Marinewerf naar de Centrale Markt toont de voortdurende zoektocht van de gemeente naar geschikte industriële locaties voor sociale werkprojecten.