Archief 745
Inventaris 745-296
Pagina 53
Dossier 15
Jaar 1939
Stadsarchief

Circulaire / Huurovereenkomst-formulier voor werkruimten.

Omstreeks 1930-1939 (gebaseerd op de voorgedrukte jaartal-aanduiding "193 ").

Origineel

Circulaire / Huurovereenkomst-formulier voor werkruimten. Omstreeks 1930-1939 (gebaseerd op de voorgedrukte jaartal-aanduiding "193 "). [Pagina 1]

Aangezien elke lokaliteit aan de eischen der Tabakswet voldoet, staat het den fabrikant vrij zijne sigaren hetzij stuksgewijs, hetzij op de verpakking te banderolleeren. De huur en verhuur geschiedt onder de volgende voorwaarden en bepalingen:

1e. Voor het gebruik van een lokaliteit ter grootte van pl.m. 6 M² met inbegrip van verwarming en verlichting en het medegebruik van de drooginrichting is eene huur verschuldigd van drie gulden en vijftig cents per week. Deze huur moet wekelijks worden afgedragen aan den door den ondergeteekende daarvoor aangewezen ambtenaar, die deswege een quitantie afgeeft. In de huur is niet begrepen de kosten van aanschaffing en vervanging van gloeilampen. Voorts zal voor den opslag van tabak op den hiervoor bedoelden zolder boven een zekere door den Minister te bepalen hoeveelheid eene vergoeding moeten worden betaald.

Het werklokaal uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als sigarenfabriek, is voor den huurder toegankelijk op alle werkdagen tijdens de uren, gedurende welke blijkens artikel 24 der gewijzigde Tabakswet, Staatsblad 1921 No. 712, in sigarenfabrieken enz. bedrijfsarbeid mag worden verricht. In eene lokaliteit mogen niet meer dan twee personen (de fabrikant inbegrepen) tegelijkertijd werkzaam zijn.

Bij gebreke van huurbetaling wordt de huur opgezegd op eene termijn van ten hoogste één week. Binnen dien termijn zal de huurder de lokaliteit moeten hebben ontruimd, waarbij hij in acht zal hebben te nemen de bepalingen van de Tabakswet betreffende het vervoer en den inslag van ruwe tabak, alsmede de bepalingen uit genoemde wet betreffende het vervoer van ongebanderolleerde tabaksfabrikaten.

  1. De huur en verhuur geschiedt telkens voor den termijn van één week ingaande op Maandag en wordt geacht voor een volgende week door te loopen indien zij niet door een der partijen uiterlijk op Donderdag voor volgende termijnen wordt opgezegd.

  2. Ook indien de huurprijs op tijd betaald wordt, behoudt de verhuurder zich het recht voor de huur op te zeggen.

Indien de huurder zich niet gedraagt naar de maatregelen van orde,

-door-

[Pagina 2]

door of namens den Minister van Financiën voor het verblijf in en het gebruik van de gehuurde lokaliteit, van het gebouw waarin zich die lokaliteit bevindt of van het terrein, waarop bedoeld gebouw is gelegen, vast te stellen.

In het desbetreffend reglement van orde zijn o.m. bepalingen opgenomen, strekkende tot handhaving van zindelijkheid en netheid, ter voorkoming van overlast en hinder door den eenen gebruiker tegenover den anderen en ter verzekering van de veiligheid van het gebouw, de daarin werkende personen en de daarin opgeslagen grondstoffen, fabrikaten en gereedschappen.

De verhuurder behoudt zich het recht voor de huur zonder opgaaf van redenen met inachtneming van den hierboven vermelden termijn te doen eindigen.

Indien gij onder vorenstaande voorwaarden een huurovereenkomst, waarvan de kosten der acte voor rekening van het Rijk zullen worden genomen, mocht wenschen te sluiten, dan verzoek ik U onderstaande verklaring onderteekend ten mijnen kantore in te leveren voor of uiterlijk op . . . . . . . . . . . . . . De toewijzing der door een nummer aan te wijzen lokaliteit zal geschieden door of namens ondergeteekende.

De Inspecteur der Inv. en Acc.


Aan den Heer Inspecteur der Inv. en Acc.
te AMSTERDAM.

De ondergeteekende . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . sigarenfabrikant,
thans zijn beroep uitoefenende in de . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . straat No.
en wonende in de . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . straat No. . . . . . . te Amsterdam, verzoekt naar aanleiding van het medegedeelde in de circulaire d.d.
. . . . . . . . . . . . . 193 . . . . . No. . . . . . , in aanmerking te komen voor het huren van eene lokaliteit in het gebouw staande op de Marinewerf, waarin hy zijn beroep met hoogstens een hulpkracht zal uitoefenen en zulks tegen een huurprijs van drie gulden en vijftig cents per week.

Amsterdam, den . . . . . . . . . . . . . . . . 193 Dit document is een officiële bekendmaking en aanvraagformulier voor kleine sigarenfabrikanten die een werkruimte wilden huren op het terrein van de Marinewerf te Amsterdam.

De kernpunten zijn:
* Regulering: De werkruimten zijn strikt gebonden aan de Tabakswet van 1921. Dit was essentieel voor de belastingdienst (Invoerrechten en Accijnzen) om controle te houden op de productie en het correct aanbrengen van accijnszegels (banderollen).
* Schaalgrootte: De hokken waren klein (ca. 6 m²) en er mochten maximaal twee personen werken. Dit wijst op een vorm van georganiseerde kleinschalige nijverheid of het uit de sfeer van de huisindustrie halen van sigarenmakers.
* Kosten: De huur bedroeg ƒ 3,50 per week, inclusief verwarming, licht en gebruik van een drooginrichting, maar exclusief de gloeilampen zelf.
* Toezicht: Er was een streng "reglement van orde" gericht op hygiëne, veiligheid en onderlinge overlast. De overheid behield zich het recht voor om zonder opgaaf van redenen de huur op te zeggen. In de vroege 20e eeuw was de sigarenindustrie in Nederland een belangrijke economische sector, maar ook een die lastig te controleren was door de fiscus vanwege de vele thuiswerkers. De Tabakswet van 1921 centraliseerde de productie en legde strenge regels op voor het banderolleren van tabaksproducten.

De locatie, de Marinewerf in Amsterdam (gelegen op Kattenburg), begon in de jaren '20 en '30 ruimte te bieden aan andere functies dan puur militaire scheepsbouw. Het aanbieden van deze gecontroleerde werkruimten door de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen diende een dubbel doel: het ondersteunen van kleine zelfstandigen (sigarenmakers) en het garanderen dat de productie plaatsvond onder direct overheidstoezicht, waardoor belastingontduiking werd bemoeilijkt.

Samenvatting

Dit document is een officiële bekendmaking en aanvraagformulier voor kleine sigarenfabrikanten die een werkruimte wilden huren op het terrein van de Marinewerf te Amsterdam.

De kernpunten zijn:
* Regulering: De werkruimten zijn strikt gebonden aan de Tabakswet van 1921. Dit was essentieel voor de belastingdienst (Invoerrechten en Accijnzen) om controle te houden op de productie en het correct aanbrengen van accijnszegels (banderollen).
* Schaalgrootte: De hokken waren klein (ca. 6 m²) en er mochten maximaal twee personen werken. Dit wijst op een vorm van georganiseerde kleinschalige nijverheid of het uit de sfeer van de huisindustrie halen van sigarenmakers.
* Kosten: De huur bedroeg ƒ 3,50 per week, inclusief verwarming, licht en gebruik van een drooginrichting, maar exclusief de gloeilampen zelf.
* Toezicht: Er was een streng "reglement van orde" gericht op hygiëne, veiligheid en onderlinge overlast. De overheid behield zich het recht voor om zonder opgaaf van redenen de huur op te zeggen.

Historische Context

In de vroege 20e eeuw was de sigarenindustrie in Nederland een belangrijke economische sector, maar ook een die lastig te controleren was door de fiscus vanwege de vele thuiswerkers. De Tabakswet van 1921 centraliseerde de productie en legde strenge regels op voor het banderolleren van tabaksproducten.

De locatie, de Marinewerf in Amsterdam (gelegen op Kattenburg), begon in de jaren '20 en '30 ruimte te bieden aan andere functies dan puur militaire scheepsbouw. Het aanbieden van deze gecontroleerde werkruimten door de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen diende een dubbel doel: het ondersteunen van kleine zelfstandigen (sigarenmakers) en het garanderen dat de productie plaatsvond onder direct overheidstoezicht, waardoor belastingontduiking werd bemoeilijkt.

Gerelateerde Documenten 6