Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 3
Jaar 1939
Stadsarchief

Proces-verbaal (uittreksel/doorslag).

31 december 1938.

Origineel

Proces-verbaal (uittreksel/doorslag). 31 december 1938. lisant my tot den fruitgrossier Michel Agsteribbe, oud 27 jaar,
wonende Pretoriusstraat 16 te Amsterdam(Oost). Ik deelde hem mede
hetgeen ik had gezien en toonde hem de twee door my inbeslagge-
nomen mandarynen. Daarop verklaarde hy: "De twee mandarynen die U
my toont, behooren tot de soort, welke ik in kisten op myn verkoop-
plaats in voorraad heb. Voor deze mandarynen heb ik 1 1/2 cent per
stuk betaald, zoodat de twee weggenomen mandarynen een handelswaar-
de van Fl. 0.03 vertegenwoordigen. Ik heb niemand toegestaan de
besproken mandarynen weg te nemen of daarover op andere wyze te
beschikken. Ik doe echter geen aangifte, aangezien ik niet wensch
dat de persoon, die de twee mandarynen wegnam, voor een dergelyk
klein vergryp vervolgd wordt."

De twee door my in beslaggenomen mandarynen heb ik
aan den eigenaar teruggegeven, aangezien zy aan bederf onderhevig
zyn.

Ik heb van den Bosch voornoemd een proces-verbaal
aangezegd.

Hiervan op ambtseed opgemaakt dit proces-verbaal
te Amsterdam den 31sten December 1900achtendertig.

Gezien:
De Commissaris van Politie
in de 2e Sectie: De tekst beschrijft een klein vergrijp op de laatste dag van het jaar 1938. De verbalisant (waarschijnlijk politieagent Van den Bosch) heeft iemand betrapt op het ontvreemden van twee mandarijnen bij de groothandel van Michel Agsteribbe. De waarde van de gestolen goederen is minimaal: drie cent (3 guldencents).

Opvallend is de coulante houding van het slachtoffer, de heer Agsteribbe. Hoewel hij bevestigt dat de vruchten zijn eigendom zijn en er geen toestemming was om ze mee te nemen, weigert hij aangifte te doen. Hij vindt het vergrijp te onbeduidend om iemand voor te laten vervolgen. De politie besluit de mandarijnen direct terug te geven aan de eigenaar om bederf te voorkomen, wat een praktische afhandeling van de zaak suggereert. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine criminaliteit in het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De locatie, de Pretoriusstraat 16, bevindt zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was destijds een buurt met veel Joodse inwoners en ondernemers.

De naam Michel Agsteribbe is typerend voor de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Uit genealogische bronnen is bekend dat de familie Agsteribbe zwaar getroffen is tijdens de Holocaust; het feit dat dit proces-verbaal de naam van een jonge ondernemer (27 jaar) in 1938 vastlegt, geeft het document een melancholische historische lading. De formele, ambtelijke taal ("Hiervan op ambtseed opgemaakt") contrasteert sterk met de trivialiteit van de diefstal (twee mandarijnen).

Samenvatting

De tekst beschrijft een klein vergrijp op de laatste dag van het jaar 1938. De verbalisant (waarschijnlijk politieagent Van den Bosch) heeft iemand betrapt op het ontvreemden van twee mandarijnen bij de groothandel van Michel Agsteribbe. De waarde van de gestolen goederen is minimaal: drie cent (3 guldencents).

Opvallend is de coulante houding van het slachtoffer, de heer Agsteribbe. Hoewel hij bevestigt dat de vruchten zijn eigendom zijn en er geen toestemming was om ze mee te nemen, weigert hij aangifte te doen. Hij vindt het vergrijp te onbeduidend om iemand voor te laten vervolgen. De politie besluit de mandarijnen direct terug te geven aan de eigenaar om bederf te voorkomen, wat een praktische afhandeling van de zaak suggereert.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine criminaliteit in het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De locatie, de Pretoriusstraat 16, bevindt zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was destijds een buurt met veel Joodse inwoners en ondernemers.

De naam Michel Agsteribbe is typerend voor de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Uit genealogische bronnen is bekend dat de familie Agsteribbe zwaar getroffen is tijdens de Holocaust; het feit dat dit proces-verbaal de naam van een jonge ondernemer (27 jaar) in 1938 vastlegt, geeft het document een melancholische historische lading. De formele, ambtelijke taal ("Hiervan op ambtseed opgemaakt") contrasteert sterk met de trivialiteit van de diefstal (twee mandarijnen).

Locaties

Amsterdam (2e Sectie).

Gerelateerde Documenten 4