Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 40
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Officiële aanzegging.

8 februari 1939. Van: De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Officiële aanzegging. 8 februari 1939. De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] M. Broens
[Handgeschreven, middenboven:] verzonden ok
[Getypt, linksboven:] 77/11/2 M.
[Getypt, rechts:] G.
[Getypt, rechts:] 8 Februari 1939.

den Heer W.H. Smit,
Van Bossestraat 71 II,
Amsterdam-West.
Wyk 19A.

In verband met het feit, dat U op 7 Februari jl.
H. Sommer in de gelegenheid hebt gesteld de Centrale Markt
te betreden, zonder dat deze in het bezit was van een gel-
dige toegangskaart, bericht ik U, dat ik U, ingevolge het
bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Cen-
trale Markt het recht van toegang tot die markt heb ontnomen
voor den tyd van één week, namelyk van Vrydag 10 tot en met
Donderdag 16 Februari 1939.

De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële sanctie gericht aan de heer W.H. Smit. Hem wordt verweten dat hij op 7 februari 1939 een derde (H. Sommer) toegang heeft verleend tot de Centrale Markt in Amsterdam, terwijl deze persoon niet over een geldig toegangsbewijs beschikte.
* Sanctie: Als gevolg hiervan wordt de heer Smit voor de duur van één week de toegang tot de markt ontzegd, van vrijdag 10 februari tot en met donderdag 16 februari 1939.
* Juridische grondslag: De directeur beroept zich op artikel 35 lid 1 van het 'Reglement op de Centrale Markt'.
* Vorm: Het document is representatief voor de administratieve strengheid van overheidsinstellingen in het interbellum. De spelling wijkt op punten af van de moderne standaard (bijv. "tyd", "namelyk", "Vrydag"), waarbij de 'y' vaak werd gebruikt op typemachines in plaats van de 'ij'. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. Toegang was streng gereguleerd: alleen geregistreerde handelaren met een geldige pas mochten het terrein betreden om fraude, illegale handel en hygiëneproblemen te voorkomen.

De geadresseerde, de heer Smit, woonde in de Van Bossestraat, een straat die in de directe nabijheid van de Centrale Markt ligt. Gezien de aard van de straf is het aannemelijk dat Smit een handelaar of tussenpersoon was voor wie toegang tot de markt essentieel was voor zijn bedrijfsvoering. Een ontzegging van een week was destijds een substantiële economische sanctie. De brief dateert van februari 1939, een periode van economische spanning en strikte bureaucratische controle vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een officiële sanctie gericht aan de heer W.H. Smit. Hem wordt verweten dat hij op 7 februari 1939 een derde (H. Sommer) toegang heeft verleend tot de Centrale Markt in Amsterdam, terwijl deze persoon niet over een geldig toegangsbewijs beschikte.
  • Sanctie: Als gevolg hiervan wordt de heer Smit voor de duur van één week de toegang tot de markt ontzegd, van vrijdag 10 februari tot en met donderdag 16 februari 1939.
  • Juridische grondslag: De directeur beroept zich op artikel 35 lid 1 van het 'Reglement op de Centrale Markt'.
  • Vorm: Het document is representatief voor de administratieve strengheid van overheidsinstellingen in het interbellum. De spelling wijkt op punten af van de moderne standaard (bijv. "tyd", "namelyk", "Vrydag"), waarbij de 'y' vaak werd gebruikt op typemachines in plaats van de 'ij'.

Historische Context

De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. Toegang was streng gereguleerd: alleen geregistreerde handelaren met een geldige pas mochten het terrein betreden om fraude, illegale handel en hygiëneproblemen te voorkomen.

De geadresseerde, de heer Smit, woonde in de Van Bossestraat, een straat die in de directe nabijheid van de Centrale Markt ligt. Gezien de aard van de straf is het aannemelijk dat Smit een handelaar of tussenpersoon was voor wie toegang tot de markt essentieel was voor zijn bedrijfsvoering. Een ontzegging van een week was destijds een substantiële economische sanctie. De brief dateert van februari 1939, een periode van economische spanning en strikte bureaucratische controle vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Gerelateerde Documenten 4