Ambtelijke brief / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief / Adviesnota. 11 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Extra [handgeschreven]
vP/G.
77/14/8 M
n 2
11 Maart 1939.
Verzoek van K.W. Kreyt om
hem wederom tot de Centrale
Markt toe te laten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 7 dezer om advies ontvangen stuk No.48/3 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant op 6 dezer door Burgemeester en Wethouders is bericht (onder No.48/3 L.M.1939), dat hy met ingang van 8 Maart 1939 wegens diefstal van de Centrale Markt is uitgesloten voor den tyd van zes maanden, met dien verstande, dat het na 7 Juni 1939 vallende gedeelte van zyn straf voorwaardelyk, met een proefty d van twee jaren, wordt opgelegd. Adressant, die van het desbetreffende Besluit van Burgemeester en Wethouders nog niet op de hoogte was, verzoekt hem reeds thans weder tot de Centrale Markt toe te laten. Hy beweert, tot staving van zyn verzoek, dat hy zich niet aan diefstal heeft schuldig gemaakt, omdat hy de bedoeling zou hebben gehad den grossier Greidanus te betalen. Deze bewering is onaannemelyk, aangezien hy den zelfden morgen, dat hy zich de aardappelen van den bedoelden grossier toeëigende, andere aardappelen van deze heeft gekocht en betaald; zonder over betaling of over het wegnemen der eerstbedoelde aardappelen te spreken. Voor de goede orde voeg ik hierby nog een afschrift van het terzake door den marktopzichter Buenting opgemaakte proces-verbaal.
Ik geef U beleefd in overweging den adressant te doen berichten, dat zyn verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, * Kern van het geschil: De heer K.W. Kreyt is door het college van B&W voor zes maanden (deels voorwaardelijk) geschorst van de Centrale Markt vanwege de diefstal van aardappelen bij een grossier genaamd Greidanus. Kreyt vecht dit aan en verzoekt om onmiddellijke herstel van zijn toegangsrechten.
* Argumentatie van de verzoeker: Kreyt claimt dat er geen sprake was van diefstal, maar van een voornemen om later te betalen.
* Wederlegging door de directeur: De directeur acht dit verweer ongeloofwaardig. Hij voert aan dat Kreyt diezelfde ochtend wel andere goederen bij dezelfde grossier heeft afgerekend, maar daarbij opzettelijk zweeg over de bewuste partij aardappelen die hij had meegenomen.
* Advies: De directeur adviseert de wethouder om het verzoek van Kreyt af te wijzen en de straf te handhaven. Hij baseert zich hierbij op een proces-verbaal van marktopzichter Buenting. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam) een vitale rol speelde in de stedelijke voedselvoorziening. De tucht op de markt was streng; diefstal werd niet alleen strafrechtelijk maar ook administratief zwaar gesanctioneerd door uitsluiting van het handelsterrein.
De brief illustreert de formele bestuurscultuur van die tijd, met een strikte hiërarchie tussen de marktstaf, het college van B&W en de betrokken handelaren. Het taalgebruik is typisch voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie (gebruik van de 'y' in plaats van 'ij', buigings-n bij lidwoorden en formele aanspreekvormen). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die in die tijd essentieel was voor het beheer van markten en distributie.