Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

19 mei 1939. Van: Vermoedelijk de directie van de Centrale Markt of een functionaris ressorterend onder de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 19 mei 1939. Vermoedelijk de directie van de Centrale Markt of een functionaris ressorterend onder de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 77/17/7. M. [handgeschreven: extra] VP/G.

19 Mei 1939.

den Heer Directeur voor
Maatschappelyken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 5.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 dezer (No.St. 138544 Afd.O.W.) bericht ik U, dat G. Oudhof zich by herhaling op de Centrale Markt aan diefstal heeft schuldig gemaakt. In verband daarmede is hy by Besluit van Burgemeester en Wethouders van 14 Juni 1935 gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voorgoed. Dit Besluit is door Burgemeester en Wethouders op 3 Juli 1936 gewyzigd in dien zin, dat de straf vanaf 5 Juli 1936 voorwaardelyk werd kwytgescholden. Desondanks heeft hy zich op 22 Juli 1937 andermaal aan diefstal schuldig gemaakt, waarop hy by Besluit van Burgemeester en Wethouders van 30 Juli 1937 opnieuw is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt. Sedertdien heeft Oudhof geen toegang tot die markt meer gehad, zoodat zyn kaart ook niet op 12 Januari jl. werd ingetrokken; by een vechtparty op de markt is hy niet betrokken geweest, althans werd terzake dezerzyds nimmer proces-verbaal opgemaakt.

Uit het vorenstaande blykt, dat Oudhof Uw administratie waarschynlyk niet naar waarheid heeft ingelicht. Voor my bestaat geen aanleiding den Wethouder voor de Levensmiddelen voor te stellen hem andermaal toegang tot de Centrale Markt te verleenen. Indien U echter meent, dat op ondersteuningskosten kan worden bespaard, door Oudhof op- De brief is een zakelijke correspondentie tussen twee gemeentelijke instanties in Amsterdam: de administratie van de Centrale Markt (of de wethouder voor Levensmiddelen) en het Bureau voor Maatschappelijk Steun.

De kern van de zaak betreft een zekere G. Oudhof. De Directeur voor Maatschappelijk Steun heeft navraag gedaan naar deze persoon, mogelijk omdat Oudhof een uitkering of steun heeft aangevraagd en beweerde dat hij door incidenten op de markt zijn inkomen heeft verloren.

De schrijver zet de feiten uiteen:
1. Oudhof is een recidivist op het gebied van diefstal op de Centrale Markt (veroordelingen in 1935 en 1937).
2. Zijn toegangsrecht tot de markt is na de tweede diefstal definitief ingetrokken.
3. De schrijver ontkracht een bewering over een incident op 12 januari; Oudhof kon daar niet bij betrokken zijn omdat hij toen al lang geen toegangspas meer had.
4. De conclusie is hard: Oudhof heeft de sociale dienst waarschijnlijk voorgelogen. De schrijver is niet bereid om hernieuwde toegang tot de markt te bepleiten, tenzij de sociale dienst vindt dat het toestaan van werk op de markt goedkoper is voor de gemeente dan het verstrekken van financiële steun ("ondersteuningskosten"). Dit document stamt uit mei 1939, een periode waarin Nederland zich nog in de nasleep van de economische crisis bevond en de oorlogsdreiging toenam. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was de spil van de voedselvoorziening in de stad. Strenge regulering van de toegang was essentieel om orde en eerlijkheid in de handel te bewaren.

De Maatschappelyken Steun was de voorloper van de huidige sociale dienst. In de jaren dertig was er sprake van een streng regime voor steuntrekkers. De brief illustreert de nauwe samenwerking en controle tussen verschillende gemeentelijke apparaten om fraude met uitkeringen te voorkomen en te bepalen of iemand "waardig" was voor steun of werkgelegenheid. De vermelding van de Wethouder voor de Levensmiddelen onderstreept het belang van de marktadministratie binnen het stadsbestuur. De brief breekt af aan het einde van de pagina, net op het moment dat de afweging tussen morele handhaving (toegangsverbod wegens diefstal) en economisch eigenbelang (besparing op steun) wordt gemaakt. G. Oudhof

Samenvatting

De brief is een zakelijke correspondentie tussen twee gemeentelijke instanties in Amsterdam: de administratie van de Centrale Markt (of de wethouder voor Levensmiddelen) en het Bureau voor Maatschappelijk Steun.

De kern van de zaak betreft een zekere G. Oudhof. De Directeur voor Maatschappelijk Steun heeft navraag gedaan naar deze persoon, mogelijk omdat Oudhof een uitkering of steun heeft aangevraagd en beweerde dat hij door incidenten op de markt zijn inkomen heeft verloren.

De schrijver zet de feiten uiteen:
1. Oudhof is een recidivist op het gebied van diefstal op de Centrale Markt (veroordelingen in 1935 en 1937).
2. Zijn toegangsrecht tot de markt is na de tweede diefstal definitief ingetrokken.
3. De schrijver ontkracht een bewering over een incident op 12 januari; Oudhof kon daar niet bij betrokken zijn omdat hij toen al lang geen toegangspas meer had.
4. De conclusie is hard: Oudhof heeft de sociale dienst waarschijnlijk voorgelogen. De schrijver is niet bereid om hernieuwde toegang tot de markt te bepleiten, tenzij de sociale dienst vindt dat het toestaan van werk op de markt goedkoper is voor de gemeente dan het verstrekken van financiële steun ("ondersteuningskosten").

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1939, een periode waarin Nederland zich nog in de nasleep van de economische crisis bevond en de oorlogsdreiging toenam. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was de spil van de voedselvoorziening in de stad. Strenge regulering van de toegang was essentieel om orde en eerlijkheid in de handel te bewaren.

De Maatschappelyken Steun was de voorloper van de huidige sociale dienst. In de jaren dertig was er sprake van een streng regime voor steuntrekkers. De brief illustreert de nauwe samenwerking en controle tussen verschillende gemeentelijke apparaten om fraude met uitkeringen te voorkomen en te bepalen of iemand "waardig" was voor steun of werkgelegenheid. De vermelding van de Wethouder voor de Levensmiddelen onderstreept het belang van de marktadministratie binnen het stadsbestuur. De brief breekt af aan het einde van de pagina, net op het moment dat de afweging tussen morele handhaving (toegangsverbod wegens diefstal) en economisch eigenbelang (besparing op steun) wordt gemaakt.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 4