Archiefdocument
Origineel
9 juli 1938 G. Oudhof, woonachtig aan de Eerste Helmerstraat 105 II, Amsterdam. (De transcriptie volgt de originele spelling, interpunctie en eventuele fouten van de schrijver.)
№ 77/9/4 M. 1938 11/7
Amsterdam 9 Julie 1938
Zeer Weledele Heer
Ondergeteekende G. Oudhof
Wonende Eerste Helmerstraat 105 II
Beleeft kom ik vragen of ik nu weer
na een straftyd van een heel jaar weer op
de groente markt mag komen waar ik dan
ook heel bly mee zal zijn, er is nu een heel jaar
voorby dat heele jaar heeft een ander voor my
inkoopen moeten doen wat natuurlijk niet voor
niets gebeurt, nu zyn de verdiensten niet groot,
en als er dan nog kosten bij komen dan wordt het
dubbel zwaar, dus als het kan laat my dan
weer op de groentemarkt, eerlijk Heeren het zit
niet in mij om slecht te zijn, ik heb 2 keer op
nieuwe groente markt een ongeluk gehad
maar op de oude groente markt waar ik ook
35 jaar mijn inkoopen gedaan heb maar daar
heb ik nooit voor diefstal met de politie kennis
gemaakt. Ik hoop dat u dit schryven eens goed
zal indenken wat het voor my beteekent niet op
de groente markt te mogen komen, andere Brance
ken ik niet en steuntrekken is het laatste wat er
overschiet als ik niet op de groente markt meer
mag Hoogachtent U ed dw dr G Oudhof
Eerste Helmerstraat 105 * Doel van de brief: De schrijver, G. Oudhof, verzoekt om beëindiging van een marktverbod dat hem een jaar eerder is opgelegd. Hij wil weer persoonlijk zijn inkopen kunnen doen op de groothandelsmarkt.
* Kernargumenten:
1. Financiële nood: Omdat hij zelf de markt niet op mag, moet hij iemand anders betalen om voor hem in te kopen. Dit drukt zwaar op zijn reeds lage inkomsten.
2. Rehabilitatie: Hij stelt dat hij zijn "straftijd" heeft uitgezeten en dat het niet in zijn aard ligt om "slecht te zijn".
3. Ervaring: Hij benadrukt dat hij al 35 jaar in het vak zit zonder eerdere aanvaringen met de politie op de "oude" markt. De incidenten ("ongelukken") vonden volgens hem pas plaats op de "nieuwe" markt.
4. Sociale noodzaak: Hij stelt dat hij geen ander vak kent en dat hij bij een voortdurend verbod gedwongen zal zijn om "steun te trekken" (een beroep te doen op de armenzorg/werkloosheidsuitkering), iets wat hij koste wat kost wil vermijden.
* Toon: De brief is nederig en smekend, kenmerkend voor de verhouding tussen burger en overheid in de jaren dertig. De afsluiting "U ed dw dr" staat voor "Uw edelachtbare's dienstwillige dienaar". * De Markthallen: De brief refereert aan de overgang van de "oude" naar de "nieuwe" groentemarkt. In 1934 opende de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam-West, die de verspreide markten in de binnenstad (zoals de groentemarkt aan de Marnixstraat) verving. Veel kleine handelaren hadden moeite met de strengere regels en de nieuwe omgeving van deze moderne hallen.
* Tijdsgewricht: 1938 was een jaar van economische onzekerheid. De "steun" was in die tijd minimaal en ging gepaard met een groot sociaal stigma en strenge controles (zoals het "stempelen"). Voor een kleine zelfstandige zoals Oudhof was de toegang tot de groothandelsmarkt van levensbelang voor zijn zelfstandigheid.
* Taalkundig: De brief bevat typische tijdsgebonden spellingen (zoals de 'y' in plaats van 'ij' in "straftyd" en "bly") en spellingfouten die wijzen op een beperkte formele scholing ("Brance" voor branche, "Hoogachtent" voor hoogachtend). Dit versterkt het beeld van een hardwerkende man uit de arbeidersklasse. G. Oudhof Marktwezen Politie