Ambtelijk schrijven / Adviesbrief.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Adviesbrief. 20 juni 1936. [Linksboven in de marge:]
toegang Centrale Markt
voor G. Oudhof
[Rechtsboven:]
A’dam, 20/6 1936
W. h. M.
Bij Besluit van B. en W. dd. 14 Juni 1935 no. 746 L. M. 1935 is aan G. Oudhof wegens wangedrag het recht van toegang tot de Centrale Markt ontnomen, voorgoed.
Oudhof verzoekt mij thans, blijkens hierbij in afschrift overgelegden brief hem weder toegang tot de Centrale Markt te verleenen.
Gelet op het Besluit van B. en W. dd. 12 Juni j.l. no. 1279 L. M. 1935, waarbij aan Karemaker c.s. weder toegang tot de Centrale Markt werd verleend, bestaat er mijnerzijds geen bezwaar, wanneer aan het verzoek van Oudhof wordt voldaan.
Ik heb mitsdien de eer u beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen dat het Besluit van B. en W. dd. 14 Juni 1935 no. 746 L. M. wordt gewijzigd in dien zin, dat aan G. Oudhof voornoemd m. i. v. de datum van het Besluit weder toegang tot de Centrale Markt wordt verleend, onder dezelfde voorwaarden, als t. a. v. Karemaker c. s. zijn gesteld.
w. g.
[Paraaf: WL] In dit document adviseert een ambtenaar (vermoedelijk de directeur van de markt of een afdelingshoofd) aan het college van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) om een levenslange ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt terug te draaien. De betreffende persoon, de heer G. Oudhof, was in juni 1935 verbannen vanwege "wangedrag".
De kern van het argument voor gratie is gebaseerd op rechtsgelijkheid: een andere partij (Karemaker c.s.), die blijkbaar een vergelijkbare sanctie had gekregen, heeft kort daarvoor (12 juni 1936) ook weer toegang gekregen. De schrijver stelt voor om Oudhof onder dezelfde voorwaarden als Karemaker weer toe te laten. De afkorting "m.i.v." staat voor "met ingang van", en "L. M." verwijst waarschijnlijk naar de administratieve code voor de "Levensmiddelenmarkt". De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de Amsterdamse groothandel in levensmiddelen. Het beheer van de markt was strikt gereguleerd door de gemeente. Toegang was essentieel voor handelaren; een verbod betekende effectief een beroepsverbod.
Dit document dateert uit de crisisjaren '30, een periode waarin de regels op de markt streng werden gehandhaafd om orde en hygiëne te bewaren, maar waarin ook vaak gratieverzoeken werden ingediend vanwege de economische nood van de betrokken handelaren. Het document illustreert de bureaucratische weg die bewandeld moest worden voor dergelijke disciplinaire maatregelen en de herziening daarvan.