Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 130
Dossier 52
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / memorandum.

22 juni 1936. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief / memorandum. 22 juni 1936. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). D/HG.

[Handgeschreven:] for. Moum.

77/16/2 M.
1

[Handgeschreven:] Verzonden 22/6-'36.

22 Juni 1936.

Toegang Centrale Markt
voor G.Oudhof.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 14 Juni 1935 no. 746 L.M. 1935 is aan G.Oudhof wegens wangedrag het recht van toegang tot de Centrale Markt ontnomen, voorgoed.

Oudhof verzoekt mij thans, blijkens hierbij in afschrift overgelegden brief hem weder toegang tot de Centrale Markt te verleenen.

Gelet op het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 Juni j.l. no. 1279 L.M. 1935, waarbij aan Karemaker c.s. weder toegang tot de Centrale Markt werd verleend, bestaat er mijnerzijds geen bezwaar, wanneer aan het verzoek van Oudhof wordt voldaan.

Ik heb mitsdien de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 14 Juni 1935 no. 746 L.M. wordt gewijzigd in dien zin, dat aan G.Oudhof voornoemd m.i.v. den datum van het Besluit weder toegang tot de Centrale Markt wordt verleend, onder dezelfde voorwaarden, als t.a.v. Karemaker c.s. zijn gesteld.

De Directeur, Dit document is een formeel ambtelijk advies over het ongedaan maken van een disciplinaire maatregel. Een zekere G. Oudhof was in juni 1935 "voorgoed" de toegang ontzegd tot de Centrale Markt vanwege "wangedrag". Een jaar later verzoekt hij om gratie.

De directeur die de brief schrijft, adviseert de wethouder om dit verzoek in te willigen. Zijn belangrijkste argument is consistentie in het beleid: hij verwijst naar een zeer recent besluit (12 juni jongstleden) waarbij een andere partij ("Karemaker c.s.") ook weer werd toegelaten. Om rechtsongelijkheid te voorkomen, stelt de directeur voor om het eerdere verbod voor Oudhof te herzien onder dezelfde voorwaarden als bij de zaak Karemaker. Het document illustreert hoe "definitieve" sancties in de praktijk vaak na een proeftijd of bij vergelijkbare gevallen werden heroverwogen. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was de centrale plek voor de groothandel in levensmiddelen. Het terrein werd streng gereguleerd door de gemeente. Toegang was cruciaal voor handelaren; een ontzegging betekende effectief een beroepsverbod.

De brief dateert uit de crisisjaren '30, een periode waarin de overheid de marktordening strak in handen probeerde te houden, maar waarin ook ruimte moest zijn voor individuele verzoeken om economische uitsluiting ongedaan te maken. De afkorting "L.M." in de besluitnummers verwijst naar de afdeling Levensmiddelen. De term "Alhier" in de adressering bevestigt dat de correspondentie plaatsvond binnen de gemeentelijke organisatie van Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een formeel ambtelijk advies over het ongedaan maken van een disciplinaire maatregel. Een zekere G. Oudhof was in juni 1935 "voorgoed" de toegang ontzegd tot de Centrale Markt vanwege "wangedrag". Een jaar later verzoekt hij om gratie.

De directeur die de brief schrijft, adviseert de wethouder om dit verzoek in te willigen. Zijn belangrijkste argument is consistentie in het beleid: hij verwijst naar een zeer recent besluit (12 juni jongstleden) waarbij een andere partij ("Karemaker c.s.") ook weer werd toegelaten. Om rechtsongelijkheid te voorkomen, stelt de directeur voor om het eerdere verbod voor Oudhof te herzien onder dezelfde voorwaarden als bij de zaak Karemaker. Het document illustreert hoe "definitieve" sancties in de praktijk vaak na een proeftijd of bij vergelijkbare gevallen werden heroverwogen.

Historische Context

De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was de centrale plek voor de groothandel in levensmiddelen. Het terrein werd streng gereguleerd door de gemeente. Toegang was cruciaal voor handelaren; een ontzegging betekende effectief een beroepsverbod.

De brief dateert uit de crisisjaren '30, een periode waarin de overheid de marktordening strak in handen probeerde te houden, maar waarin ook ruimte moest zijn voor individuele verzoeken om economische uitsluiting ongedaan te maken. De afkorting "L.M." in de besluitnummers verwijst naar de afdeling Levensmiddelen. De term "Alhier" in de adressering bevestigt dat de correspondentie plaatsvond binnen de gemeentelijke organisatie van Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 4