Ambtelijke notitie/adviesbrief.
Origineel
Ambtelijke notitie/adviesbrief. 15 april 1929. Markt heb ik Swaab vorennoemd (3
wegens het verstoren van den goeden gang van zaken
de toegang tot die markt ontzegd voor
de periode van 15 tot en met 28 April 1929.
Ik ben van meening, dat Swaab, die een
voortdurend gevaar is voor de op de Centrale
Markt opgeslagen goederen ~~en die blijkbaar~~
~~is [...]~~ voorgoed
van deze markt moet worden geweerd.
Ik moge U mitsdien beleefd
verzoeken wel te willen bevorderen, dat
hij bij besluit van B. en W., ingevolge
het bepaalde in lid 2 van vorenaangehaald
artikel 25 wordt gestraft met ontzegging
van het recht van toegang tot de
Centrale Markt, voorgoed.
[Handtekening/Paraaf, mogelijk DT]
15/4 '29 * Inhoud: De auteur van het document meldt dat hij de persoon Swaab reeds een tijdelijk toegangsverbod heeft opgelegd van twee weken (15 t/m 28 april 1929) wegens ordeverstoring. Hij adviseert echter een zwaardere maatregel: een levenslang verbod. De reden hiervoor is dat Swaab wordt gezien als een "voortdurend gevaar" voor de goederen die op de markt liggen opgeslagen.
* Juridische grondslag: Er wordt specifiek verwezen naar "artikel 25, lid 2" van de marktverordening. De definitieve beslissing voor een dergelijk permanent verbod lag destijds bij het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.).
* Schrift en stijl: Het document is geschreven in een duidelijk, formeel ambtenarenschrift uit de vroege 20e eeuw. Er zijn enkele doorhalingen zichtbaar in het midden van de tekst, wat duidt op een concept of een direct ter plekke gecorrigeerde notitie. Dit document biedt een inkijkje in de handhaving op de Centrale Markt van Amsterdam in de jaren '20. Voordat de bekende Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat in 1934 werd geopend, was de organisatie van de markt al streng gereguleerd. De Centrale Markt was essentieel voor de voedselvoorziening van de stad; diefstal of verstoring van de handel werd dan ook hoog opgenomen. De naam "Swaab" was een veelvoorkomende (vaak Joodse) naam in de Amsterdamse markthandel van die tijd. De strenge toon van het verzoek ("voorgoed geweerd") onderstreept hoe serieus men toezicht hield op de veiligheid van de opgeslagen handelswaar.