Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 229
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven memo of interne notitie.

14 juli 1939 (gebaseerd op tekstinhoud).

Origineel

Handgeschreven memo of interne notitie. 14 juli 1939 (gebaseerd op tekstinhoud). de Jong - vd Berg - 497-32 = 6667 an - ons

Geval Grevenstuk - Swaab

Swaab verklaart op 14-7-39 :
1e. dat hij Grevenstuk heeft gezegd: ik neem
geen geld aan voor de kisten, waarop Gr.
antwoordde : dat is goed.
Dit kan niet kloppen, want dan kon
Gr. geen geld krijgen voor de gestolen kisten.
2e. Dit nader onderzoeken :
bij Grevenstuk en bij van Dijk.
Heeft hij van Dijk niet om geld gevraagd?
Nader rapport s.v.p.

(In rapport Verh. vermelden: de droom
voor den rechter en de positieve bekentenis
aan ons.).
Is Grevenstuk ontslagen? WHaan
Dit ook rapporteren! * Inhoud: Het document betreft een instructie voor een rechercheonderzoek. De schrijver zet vraagtekens bij de verklaring van een zekere Swaab over de verkoop of afhandeling van gestolen kisten. Er wordt een logische inconsistentie geconstateerd: als er geen geld werd aangenomen, had de hoofdverdachte (Grevenstuk) ook geen financieel gewin kunnen hebben van de diefstal.
* Kernpunten:
* Er is sprake van "gestolen kisten".
* De getuigenis van Swaab wordt als ongeloofwaardig beschouwd.
* Er moet een nader onderzoek komen naar de rol van Van Dijk.
* Er wordt gerefereerd aan een opmerkelijk element: "de droom voor den rechter", wat duidt op een ongebruikelijke getuigenis of verdedigingstactiek.
* Er is een "positieve bekentenis" afgelegd aan de opsporingsinstantie ("aan ons").
* Status van Grevenstuk: De schrijver vraagt zich af of Grevenstuk inmiddels is ontslagen, wat suggereert dat de diefstal mogelijk werkgerelateerd was. Dit document stamt uit juli 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel de politieke spanningen in die tijd hoog waren, toont dit document de dagelijkse gang van zaken bij de politie of een juridische instantie in Nederland. De namen Swaab en Grevenstuk komen in die periode vaker voor in Amsterdamse en Rotterdamse politiearchieven. Het gebruik van termen als "verh." (verhoor) en de formele instructie aan het einde wijzen op een hiërarchische setting binnen een opsporingsapparaat. De vermelding van een "droom" in een juridisch rapport is een intrigerend psychologisch detail dat vaker voorkwam in zaken waar verdachten hun acties trachtten te verklaren middels buitenbewuste ervaringen of religieuze ingevingen.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document betreft een instructie voor een rechercheonderzoek. De schrijver zet vraagtekens bij de verklaring van een zekere Swaab over de verkoop of afhandeling van gestolen kisten. Er wordt een logische inconsistentie geconstateerd: als er geen geld werd aangenomen, had de hoofdverdachte (Grevenstuk) ook geen financieel gewin kunnen hebben van de diefstal.
  • Kernpunten:
    • Er is sprake van "gestolen kisten".
    • De getuigenis van Swaab wordt als ongeloofwaardig beschouwd.
    • Er moet een nader onderzoek komen naar de rol van Van Dijk.
    • Er wordt gerefereerd aan een opmerkelijk element: "de droom voor den rechter", wat duidt op een ongebruikelijke getuigenis of verdedigingstactiek.
    • Er is een "positieve bekentenis" afgelegd aan de opsporingsinstantie ("aan ons").
  • Status van Grevenstuk: De schrijver vraagt zich af of Grevenstuk inmiddels is ontslagen, wat suggereert dat de diefstal mogelijk werkgerelateerd was.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1939, de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel de politieke spanningen in die tijd hoog waren, toont dit document de dagelijkse gang van zaken bij de politie of een juridische instantie in Nederland. De namen Swaab en Grevenstuk komen in die periode vaker voor in Amsterdamse en Rotterdamse politiearchieven. Het gebruik van termen als "verh." (verhoor) en de formele instructie aan het einde wijzen op een hiërarchische setting binnen een opsporingsapparaat. De vermelding van een "droom" in een juridisch rapport is een intrigerend psychologisch detail dat vaker voorkwam in zaken waar verdachten hun acties trachtten te verklaren middels buitenbewuste ervaringen of religieuze ingevingen.

Gerelateerde Documenten 4