Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 243
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel rapport van het Marktwezen Amsterdam.

15 april 1939.

Origineel

Officieel rapport van het Marktwezen Amsterdam. 15 april 1939. [Linksboven, paars stempel:]
№ 77/31/1 M. 1939 15/4

[Handgeschreven aantekeningen bovenaan:]
G. Wynschenk: 1e. Geen p.v.b.
2e. 14 d. uitsluiten 77/31/2 zie 15 April 39
3e. Weth. voorstellen 1 maand (met vorige rapporten)
15/4 39 [Paraaf]
15/4-'39 [Paraaf]

[Getypte tekst:]
R A P P O R T .
[Handgeschreven:] peterselie 0.40 per bosje

Donderdag 13 April 1939 stond Mevr. R. Tanis-Hes, personeel van de fa Hes (Hal) voor de plaats van den grossier v.d. Eykel te praten. Terwijl zy daar stond, zag zy dat de kooper G. Wynschenk, oud 51 jaar, wonende Rapenburgerstraat 39 I kwam aanloopen met een bos prei in zijn hand. Wynschenk verdween vervolgens tusschen de kisten van Eykel en kwam weer te voorschijn, nu met 2 bosjes peterselie en een bos prei. Ofschoon zy dus niet had gezien dat Wynschenk de peterselie wegnam, meende zy toch reden te hebben om dit te veronderstellen, gezien voren-omschreven optreden van Wynschenk. Zy waarschuwde den knecht van v.d. Eykel, genaamd C. Vooys, oud 24 jaar, wonende Burg. Meyboomstraat 8 te Rijnsburg. Vooys wendde zich tot Wynschenk en vroeg om betaling van de 2 bosjes peterselie, die in eigendom toebehoorden aan den tuinder G.A.A. Harte. Laatstgenoemde was reeds vertrokken en had zijn overgehouden peterselie en selderie bij v.d. Eykel neergezet. Wynschenk merkte op dat hij wel zou betalen aan Harte, waarop Vooys de 2 bosjes peterselie van hem afpakte. Eerst den volgenden dag werd er over het voorval gesproken door Mevr. Tanis-Hes met contr. Schiermeier, die een en ander op zijn beurt aan ondergeteekende doorgaf. Noch de tuinder Harte, noch v.d. Eykel of zijn personeel, hadden over het voorval gesproken. Men had het bij het afnemen van de bosjes peterselie willen laten en het Marktwezen niet in deze zaak willen betrekken.

Wynschenk bekende hedenmorgen aan ondergeteekende dat hij 2 bosjes peterselie op de beschreven plaats heeft medegenomen. Hij zou de bedoeling hebben gehad om den eigenaar later te betalen.

Wynschenk werd 22 Aug. 1935 verdacht van diefstal (zie bijgaand rapport) en werd toen gewaarschuwd. Op 25 Sept. 1935 herhaalde zich dit (zie rapport 37/483/M 1935). Hij kreeg toen 14 dagen schorsing.

[Handgeschreven kanttekening linksonder:]
dit niet overnemen voor rapport aan Wethouder. [Paraaf]

[Onderaan:]
Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen.
Amsterdam, 15 April 1939
[Handtekening]
Marktopzichter. Dit rapport documenteert een kleinschalige diefstal op de centrale markt van Amsterdam in 1939. De kern van de zaak is de ontvreemding van twee bosjes peterselie (met een waarde van 0,40 gulden per bosje) door de 51-jarige koper G. Wynschenk. De getuigenverklaring van Mevr. Tanis-Hes is cruciaal, hoewel zij de eigenlijke daad niet heeft gezien; haar vermoeden was gebaseerd op het verdachte gedrag van Wynschenk tussen de kisten.

Interessant is de interne tuchtrechtelijke afhandeling. De betrokken marktkooplieden wilden de zaak aanvankelijk onderling regelen ("het Marktwezen niet in deze zaak willen betrekken") door de goederen simpelweg terug te pakken. Echter, door een melding via een controleur kwam de zaak alsnog bij de marktopzichter terecht.

De handgeschreven noten bovenaan tonen de besluitvorming over de strafmaat. Er werd afgezien van een proces-verbaal van de politie (p.v.b.), maar vanwege recidive (eerdere incidenten in 1935) werd een schorsing van 14 dagen tot een maand voorgesteld aan de wethouder. De kanttekening linksonder wijst op een vorm van interne selectie van informatie: de specifieke details over het verleden van de verdachte moesten worden weggelaten in het officiële rapport naar de wethouder. Het document dateert van april 1939, een periode van economische spanning en aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat).

De vermelding van het adres van de verdachte, Rapenburgerstraat 39, is historisch relevant. De Rapenburgerstraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In de context van 1939, met de toenemende dreiging vanuit nazi-Duitsland en de precaire positie van de Joodse bevolking, krijgt een dergelijk procesverbaal voor een relatief klein vergrijp een beladen historische nuance, hoewel de tekst zelf strikt zakelijk en administratief blijft. Het toont aan hoe nauwgezet zelfs de kleinste vergrijpen (twee bosjes peterselie) werden gedocumenteerd door de gemeentelijke autoriteiten.

Samenvatting

Dit rapport documenteert een kleinschalige diefstal op de centrale markt van Amsterdam in 1939. De kern van de zaak is de ontvreemding van twee bosjes peterselie (met een waarde van 0,40 gulden per bosje) door de 51-jarige koper G. Wynschenk. De getuigenverklaring van Mevr. Tanis-Hes is cruciaal, hoewel zij de eigenlijke daad niet heeft gezien; haar vermoeden was gebaseerd op het verdachte gedrag van Wynschenk tussen de kisten.

Interessant is de interne tuchtrechtelijke afhandeling. De betrokken marktkooplieden wilden de zaak aanvankelijk onderling regelen ("het Marktwezen niet in deze zaak willen betrekken") door de goederen simpelweg terug te pakken. Echter, door een melding via een controleur kwam de zaak alsnog bij de marktopzichter terecht.

De handgeschreven noten bovenaan tonen de besluitvorming over de strafmaat. Er werd afgezien van een proces-verbaal van de politie (p.v.b.), maar vanwege recidive (eerdere incidenten in 1935) werd een schorsing van 14 dagen tot een maand voorgesteld aan de wethouder. De kanttekening linksonder wijst op een vorm van interne selectie van informatie: de specifieke details over het verleden van de verdachte moesten worden weggelaten in het officiële rapport naar de wethouder.

Historische Context

Het document dateert van april 1939, een periode van economische spanning en aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat).

De vermelding van het adres van de verdachte, Rapenburgerstraat 39, is historisch relevant. De Rapenburgerstraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. In de context van 1939, met de toenemende dreiging vanuit nazi-Duitsland en de precaire positie van de Joodse bevolking, krijgt een dergelijk procesverbaal voor een relatief klein vergrijp een beladen historische nuance, hoewel de tekst zelf strikt zakelijk en administratief blijft. Het toont aan hoe nauwgezet zelfs de kleinste vergrijpen (twee bosjes peterselie) werden gedocumenteerd door de gemeentelijke autoriteiten.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 4