Officiële brief/aanzegging
Origineel
Officiële brief/aanzegging 15 april 1939 De Directeur van het Marktwezen [Briefhoofd met wapen van Amsterdam]:
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 77/31/2 M. (onderstreept)
BIJLAGE
ONDERWERP:
AMSTERDAM (W.) 15 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer G. Wynschenk,
Rapenburgerstraat 39 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
[Handgeschreven in potlood boven de tekst, doorgehaald]: In verband met het feit dat U
[Handgeschreven in de linkermarge]: 2 bosjes peter-selie
[Getypte tekst met doorhalingen]:
~~My is gerapporteerd, dat U zich~~ op Donderdag 13 April jl. op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal. In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt het recht van toegang tot die markt heb ontnomen voor den tyd van veertien dagen, namelyk van Maandag 17 tot en met Zondag 30 April 1939, terwyl aan Burgemeester en Wethouders de vraag zal worden voorgelegd, of U voor langeren termyn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur,
[Onderaan links]: A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. De brief is een formele kennisgeving van een ordemaatregel. De heer G. Wynschenk wordt voor veertien dagen de toegang ontzegd tot de Centrale Markt in Amsterdam. De aanleiding is een diefstal begaan op 13 april 1939.
Opvallend zijn de handgeschreven toevoegingen, die waarschijnlijk door een ambtenaar zijn geplaatst op deze kantoorkopie. De marginale notitie "2 bosjes peter-selie" specificeert de aard van de diefstal. Ondanks de geringe waarde van het gestolene, volgt er een strikte juridische procedure conform het marktreglement. De directeur van het Marktwezen legt de initiële straf op, maar kondigt aan dat voor een eventuele permanente uitsluiting het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) moet beslissen.
Het document is een type-exemplaar op een voorgedrukt formulier (Model No. 8), wat getuigt van de verregaande bureaucratisering van het markttoezicht in die periode. Het document dateert van kort voor de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was de centrale plek voor de groothandel in groenten, fruit en vis in Amsterdam. Voor handelaren en wederverkopers was toegang tot deze markt essentieel voor hun nering.
De geadresseerde, G. Wynschenk, woonde in de Rapenburgerstraat, een straat in de vanouds Joodse buurt van Amsterdam. Veel bewoners van deze wijk waren werkzaam als kleine zelfstandigen of straatverkopers. Een ontzegging van de toegang tot de markt, zelfs voor twee weken, betekende een directe aantasting van het inkomen. De formele, bijna harde toon van de brief over de diefstal van twee bosjes peterselie illustreert de strikte handhaving van de marktorde in die tijd.