Ambtelijke brief / voordracht aan het college van Burgemeester en Wethouders (of de betreffende Wethouder).
Origineel
Ambtelijke brief / voordracht aan het college van Burgemeester en Wethouders (of de betreffende Wethouder). Aantekeningen in de marge/bovenin:
4 doorst. [rood potlood]
A’dam, 27/4 1939
Voorstel om aan J. Vos den toegang tot de centrale markt te ontnemen.
W. h. M.
77/34/3 [rood]
27/4/39 HS [potlood]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 21 April jl. door den marktopzichter Buenting opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J. Vos, Jodenbreestr. 42 I, wien als overhuurder toegang tot de centrale markt is verleend, zich aldaar op verschillende dagen heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten ten nadeele van eenige koopers. Ten aanzien van de groep "overhuurders" kan ik u het volgende rapporteren.
Overhuurders zijn niet bij een vasten patroon in dienst; zij worden als personeel van koopers of verkoopers beschouwd en kunnen als zoodanig toegang tot de centrale markt verkrijgen (Art. 4, 3e lid van het Reglement op de centrale markt). Alvorens aan een overhuurder toegang wordt verleend, wordt zijn verleden nagegaan; indien blijkt, dat hij met de justitie in aanraking is geweest, wordt hem geen toegang tot de centrale markt verleend. Deze gedragslijn moet noodgedwongen worden gevolgd, omdat de overhuurders dag en nacht op de centrale markt aanwezig zijn om werk te zoeken. Gedurende de nachturen is slechts zeer weinig bewaking op de centrale markt overal ligt op de Centrale markt ledig fust opgestapeld; het is als het ware voor het grijpen de bewaking gedurende de nachturen maar matig is.
Indien een overhuurder zich dan ook aan diefstal op de centrale markt schuldig maakt, is het zaak streng tegen hem op te treden.
Ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de centrale markt heb ik Vos voornoemd gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 22 april tot en met 5 Mei 1939. Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat hij ingevolge het tweede lid van vorenaangehaald artikel door B. en W. wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor de periode, die ik hem toegang had verleend d.w.z. tot en met 31 December 1939. * Taal en Stijl: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands van vóór de spellinghervorming van 1947 (gebruik van de naamvals-'n' in "den toegang", "den tijd", "vorenaangehaald").
* Inhoud: De kern van het schrijven is een verzoek om een tijdelijk toegangsverbod (14 dagen) om te zetten in een definitieve ontzegging voor de rest van het kalenderjaar. De motivatie hiervoor is niet alleen de diefstal zelf, maar ook de kwetsbaarheid van de Centrale Markt gedurende de nacht, waarbij het gebrek aan toezicht ("bewaking is maar matig") en de aanwezigheid van veel los fust (kisten) diefstal in de hand werken.
* Juridische basis: Er wordt specifiek verwezen naar het 'Reglement op de centrale markt', in het bijzonder Artikel 4 (toelating) en Artikel 35 (strafbepalingen). Hieruit blijkt de strikte hiërarchie en regelgeving op het marktterrein. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse Centrale Markt (de huidige Markthal in West) in april 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Interessant is de vermelding van de "overhuurders". Dit waren losse arbeiders die niet in vaste dienst waren bij één handelaar, maar zich per klus lieten verhuren voor het sjouwen van goederen. Deze groep bevond zich sociaal-economisch onderaan de ladder.
De genoemde verdachte, J. Vos, woonde aan de Jodenbreestraat 42 I. Dit was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de datum (1939) en de locatie is het zeer aannemelijk dat de betrokkene van Joodse afkomst was. In de context van de toenemende spanningen en de naderende bezetting is dit een saillant detail, hoewel het document op zichzelf een puur strafrechtelijke/disciplinaire kwestie behandelt zonder expliciete politieke lading. Het toont echter wel de precaire positie aan van bewoners in die wijk die als losse arbeider trachtten te overleven.