Officiële kennisgeving/brief.
Origineel
Officiële kennisgeving/brief. 12 juli 1939. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). [Linksboven, getypt:]
77/46/2 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 12/7
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Brouwer
G.
[Rechtsonder kenmerk, getypt:]
12 Juli 1939
[Adres, getypt:]
den Heer E. Korthof,
Blasiusstraat 127 I,
Amsterdam-Oost.
Wyk 11.
[Inhoud, getypt:]
In verband met het feit, dat U Uw kooperskaart
voor de Centrale Markt op 8 Juli jl. hebt uitgeleend aan Uw
zoon, bericht ik U, dat ik U, ingevolge het bepaalde in ar-
tikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt heb
gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die
markt voor den tyd van drie dagen, namelyk op Donderdag 13,
Vrydag 14 en Zaterdag 15 Juli 1939.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, * Onderwerp: Een disciplinaire maatregel (straf) wegens het overtreden van de marktreglementen.
* Overtreding: De heer Korthof heeft zijn persoonlijke 'kooperskaart' (toegangsbewijs voor handelaren) uitgeleend aan zijn zoon op 8 juli 1939.
* Strafmaat: Een toegangsverbod voor de Centrale Markt voor de duur van drie opeenvolgende dagen: donderdag 13, vrijdag 14 en zaterdag 15 juli 1939.
* Juridische grondslag: Artikel 35, lid 1 van het "Reglement op de Centrale Markt".
* Administratieve snelheid: De brief is gedateerd op 12 juli en de straf gaat de volgende dag (13 juli) direct in. De handgeschreven notitie "Verzonden 12/7" bevestigt dat de mededeling per ommegaande is verstuurd om tijdig de ingangsdatum te halen. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de groothandel in groenten, fruit en later ook andere levensmiddelen. Toegang was strikt voorbehouden aan geregistreerde handelaren met een kooperskaart. Deze kaarten waren strikt persoonlijk om de controle over de handel en de hygiëne op het terrein te waarborgen.
In juli 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, was de voedselvoorziening en de regulering daarvan van groot maatschappelijk belang. Voor een handelaar (waarschijnlijk een kleine zelfstandige of winkelier uit de Blasiusstraat) betekende een uitsluiting van drie dagen een aanzienlijk verlies aan inkomsten, aangezien hij gedurende die periode geen verse voorraden kon inkopen op de belangrijkste markt van de stad. Het feit dat hij de kaart aan zijn zoon uitleende, duidt mogelijk op een poging om de familiezaak draaiende te houden, maar de directie hanteerde de regels strikt.