Politie- of tuchtrapport van de Centrale Markt (Amsterdam).
Origineel
Politie- of tuchtrapport van de Centrale Markt (Amsterdam). 2 november 1939. Rapport № 77/75/1 M. 1939 3/11
Hedenmorgen kwam de Grossier H. Bernhard
bij mij en beklaagde zich, dat er op Woensdag
1 November eenigen bloemkolen bij hem
waren ontvreemd door A. Stodel wonende
v Ostadestraat 167 II
Bij informatie bleek dat de Grossier
C. de Mooij deze ontvreemding had gezien
en dit aan H. Bernhard had medegedeeld.
Wij begaven ons naar A Stodel welke
op pier A bezig was zijn kar te laden, en
deze ontkende eerst iets met deze ontvreem,,
ding te maken te hebben, maar toen bleek
dat C de Mooij dit had geconstateerd,
beweerde hij dan ook deze weggehaald te
hebben, met de bedoeling om deze bloemkolen
den volgenden dag te betalen. Daar mij dit
onjuist bleek, heb ik A Stodel zijn kaart
in beslag genomen.
De ontvreemde bloemkolen waren drie
stuks a f 0.20 cent.
H. Bernhard wenschte geen aangifte
te doen van diefstal.
[Linksonder:]
Aan den Hr
Bedrijfschef
der Centr. Markt.
[Midden onder in rood:]
Jongkind
[Rechtsonder:]
De Controleur
[Handtekening]
2 November 1939.
[Aantekeningen onderaan in ander handschrift:]
3/11/39 HB
14 d. + 3 maanden voorstellen
3-11-39 W [onleesbaar]
[In rood stempel/potlood:] PM/5/217 Het document betreft een intern disciplinair rapport van de Amsterdamse Centrale Markt. De kern van de zaak is de diefstal (of "ontvreemding") van drie bloemkolen met een totale waarde van 60 cent door een handelaar genaamd A. Stodel. Hoewel de verdachte claimt dat hij de intentie had later te betalen, wordt dit verweer door de controleur verworpen.
Opvallend is de directe disciplinaire maatregel: de inbeslagname van de marktkaart van Stodel. Zonder deze kaart had hij geen toegang tot de handelsvloer, wat voor een handelaar een zware sanctie was. De aangever, Bernhard, kiest ervoor om de zaak intern te houden en doet geen officiële aangifte bij de staatspolitie, wat suggereert dat men dergelijke incidenten bij voorkeur binnen de eigen organisatie afhandelde. De handgeschreven krabbel onderaan ("14 d. + 3 maanden voorstellen") duidt waarschijnlijk op een voorgestelde strafmaat: veertien dagen ontzegging van de markt en drie maanden voorwaardelijk. Dit document stamt uit november 1939, een periode waarin Nederland weliswaar nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, maar de maatschappij al getekend werd door de mobilisatie en toenemende schaarste. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
De namen in het document zijn typisch voor de Amsterdamse marktwereld van die tijd. De naam Stodel is een bekende Joodse naam in Amsterdam; gezien het jaartal bevindt deze persoon zich aan de vooravond van de bezetting, waarin de rechten van Joodse markthandelaren stelselmatig zouden worden ingeperkt. Het rapport laat zien hoe strikt de interne regels op de markt werden gehandhaafd, zelfs voor vergrijpen met een geringe geldelijke waarde, om de orde en betrouwbaarheid op de werkvloer te waarborgen.