Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 13 december 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer P. van Ekeren, 1e J.v.d.Heydenstraat 63, Amsterdam-Zuid, Wijk 17. Ter Th. Broerse
extra
HG.
77/78/2 M.
13 December 1939.
den Heer P.van Ekeren,
1e J.v.d.Heydenstraat 63,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 11 December
jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal.
Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35 lid 1
van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die
markt voor de periode van 15 tot en met 28 December 1939, ter-
wijl ik aan Burgemeester en Wethouders de vraag ter beoordee-
ling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te
worden uitgesloten.
De Directeur, Deze brief is een formele tuchtmaatregel opgelegd door de directie van de Centrale Markt in Amsterdam. De ontvanger, de heer P. van Ekeren, wordt ervan beschuldigd op 11 december 1939 een diefstal te hebben gepleegd op het marktterrein.
Op basis van het marktreglement (artikel 35, lid 1) krijgt hij met onmiddellijke ingang een tijdelijk toegangsverbod van twee weken (van 15 tot en met 28 december). De directeur geeft aan dat dit een voorlopige maatregel is; hij heeft het dossier overgedragen aan het College van Burgemeester en Wethouders om te laten bepalen of een uitsluiting voor langere termijn noodzakelijk is. Het document illustreert de strikte handhaving van de orde op de Centrale Markt, die essentieel was voor de voedseldistributie in de stad. De brief is gedateerd op 13 december 1939. Dit is een bewogen tijd: de Tweede Wereldoorlog was in september van dat jaar uitgebroken in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en nog niet bezet (de inval volgde in mei 1940). In deze periode van mobilisatie en beginnende schaarste was de controle op de Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) van groot belang voor de economische stabiliteit en de voedselvoorziening van de hoofdstad.
De Jan van der Heydenstraat, waar de geadresseerde woonde, ligt in de Amsterdamse Pijp, destijds een volksbuurt. De aanduiding "Wijk 17" verwijst naar de oude administratieve wijkindeling van Amsterdam. De handgeschreven notitie "Ter Th. Broerse" verwijst waarschijnlijk naar een ambtenaar of medewerker die de zaak in behandeling had.