Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 147
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een officiële gemeentelijke vergunning (besluit van Burgemeester en Wethouders).

Origineel

Afschrift van een officiële gemeentelijke vergunning (besluit van Burgemeester en Wethouders). [Linksboven:] No. 811 L.M. -1938-
[Midden boven:] x / x / x
[Rechtsboven:] Afschrift. [In handschrift potlood:] Marthur
[Groot paars stempel linksboven:] Nº 85/2/6 M. 1939 13/2
[Linkermarge, in handschrift:] H.T.

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM

Gezien een adres van M. Soep

wonende Rapenburgerstraat 47 II

houdende verzoek om kramen, bestemd om op de markt te worden gebruikt, aldaar op een anderen dan voor de markt bestemden tijd op te zetten of te hebben;

Gelet op art. 344 onder b van de Algemeene Politieverordening van Amsterdam, zooals dit artikel luidt na het raadsbesluit van 25 Mei 1938 (Gem. blad 1938, afd. 3, volgn. 77) jo. art. 5 der A.P.V.;

Geven adressant te kennen, dat hem, tot wederopzeggens toe wordt toegestaan op een anderen dan voor de markt bestemden tijd kramen op te zetten of te hebben op de volgende markt(en)

Noordermarkt, Lindengracht en Uilenburg

onder de voorwaarde, dat de op te zetten kramen vervaardigd zijn van deugdelijk materiaal en zich in goeden staat van onderhoud bevinden, een en ander ter beoordeeling van den Directeur van het Marktwezen of de door dezen aangewezen ambtenaren van den Dienst van het Marktwezen.

Amsterdam, 17 Februari 1939.

[Handgeschreven:] uitgereikt 21/2
Burgemeester en Wethouders voornoemd,

[Paars stempel:] get. DE VLUGT.
de Secretaris,
[Paars stempel:] (get.) VAN LIER.

Leges f 1.-. [Paars stempel:] Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS.

[Handtekening in inkt:] van Lier

Aan: Belanghebbende.

--- Dit document is een officiële vergunning verleend door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam aan de heer M. Soep. De vergunning geeft toestemming om marktkramen op te stellen of te laten staan op de Noordermarkt, de Lindengracht en Uilenburg op tijden dat er officieel geen markt wordt gehouden.

Kernpunten:
* Regelgeving: Het besluit steunt op artikel 344b van de Algemeene Politieverordening (A.P.V.), aangepast in mei 1938.
* Voorwaarden: De vergunning is niet onvoorwaardelijk; de kramen moeten van "deugdelijk materiaal" zijn en goed onderhouden worden, ter controle door de Directeur van het Marktwezen.
* Leges: Voor de vergunning is 1 gulden aan leges betaald.
* Ondertekening: Het betreft een afschrift, waarbij de namen van burgemeester Willem de Vlugt en de secretaris Van Lier via stempels zijn aangebracht. Het document is voor conformiteit getekend door de secretaris.

--- Dit document stamt uit februari 1939, een bewogen tijd kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De context van de geadresseerde en de locaties is historisch significant:

  1. De Joodse Buurt: De geadresseerde, M. Soep, woonde in de Rapenburgerstraat, en één van de genoemde markten was op Uilenburg. Beide locaties bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse wijk van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam als marktkoopman of straatventer.
  2. Economisch leven: De vergunning toont de strikte bureaucratische controle op het marktwezen. Het feit dat men toestemming vroeg om kramen buiten markttijden te laten staan, wijst op een poging tot efficiëntie in een economisch uitdagende tijd.
  3. Willem de Vlugt: Hij was burgemeester van Amsterdam van 1921 tot 1941. Hij werd door de Duitse bezetters ontslagen.
  4. Pre-bezetting: Dit document is een van de laatste tastbare bewijzen van de reguliere economische gang van zaken voor Joodse ondernemers in Amsterdam, voordat de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter vanaf 1940 het dagelijks leven en de ondernemingsvrijheid volledig zouden vernietigen.

Samenvatting

Dit document is een officiële vergunning verleend door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam aan de heer M. Soep. De vergunning geeft toestemming om marktkramen op te stellen of te laten staan op de Noordermarkt, de Lindengracht en Uilenburg op tijden dat er officieel geen markt wordt gehouden.

Kernpunten:
* Regelgeving: Het besluit steunt op artikel 344b van de Algemeene Politieverordening (A.P.V.), aangepast in mei 1938.
* Voorwaarden: De vergunning is niet onvoorwaardelijk; de kramen moeten van "deugdelijk materiaal" zijn en goed onderhouden worden, ter controle door de Directeur van het Marktwezen.
* Leges: Voor de vergunning is 1 gulden aan leges betaald.
* Ondertekening: Het betreft een afschrift, waarbij de namen van burgemeester Willem de Vlugt en de secretaris Van Lier via stempels zijn aangebracht. Het document is voor conformiteit getekend door de secretaris.


Historische Context

Dit document stamt uit februari 1939, een bewogen tijd kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De context van de geadresseerde en de locaties is historisch significant:

  1. De Joodse Buurt: De geadresseerde, M. Soep, woonde in de Rapenburgerstraat, en één van de genoemde markten was op Uilenburg. Beide locaties bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse wijk van Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam als marktkoopman of straatventer.
  2. Economisch leven: De vergunning toont de strikte bureaucratische controle op het marktwezen. Het feit dat men toestemming vroeg om kramen buiten markttijden te laten staan, wijst op een poging tot efficiëntie in een economisch uitdagende tijd.
  3. Willem de Vlugt: Hij was burgemeester van Amsterdam van 1921 tot 1941. Hij werd door de Duitse bezetters ontslagen.
  4. Pre-bezetting: Dit document is een van de laatste tastbare bewijzen van de reguliere economische gang van zaken voor Joodse ondernemers in Amsterdam, voordat de anti-Joodse maatregelen van de nazi-bezetter vanaf 1940 het dagelijks leven en de ondernemingsvrijheid volledig zouden vernietigen.

Gerelateerde Documenten 6