Getypte kennisgeving of uittreksel van een verordening betreffende een wijziging in ventvergunningen.
Origineel
Getypte kennisgeving of uittreksel van een verordening betreffende een wijziging in ventvergunningen. Aan het Ventverbod, omschreven in de bijlage V der vent-
en/of opkoopersvergunning is toegevoegd punt E, luidende:
na 8 uur des vóórmiddags met andere artikelen dan ge-
drukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten
of voorwerpen of stoffen van welken aard ook op te koopen
in de Plantage Kerklaan, tusschen de Plantage Middenlaan
en de Plantage Doklaan, en op de Plantage Muidergracht,
eveneens tusschen de Plantage Middenlaan en de Plantage
Doklaan, of op den openbaren weg binnen een afstand
van 25 M. van de genoemde gedeelten van de Plantage
Kerklaan en van de Plantage Muidergracht. * Inhoud: Het document betreft een uitbreiding van een bestaand "Ventverbod" (verbod op straathandel). Er is een specifiek verbod toegevoegd (punt E) dat het venten (verkopen op straat) en opkopen van goederen verbiedt na 8:00 uur 's ochtends.
* Uitzonderingen: Er geldt een uitzondering voor de verkoop van "gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen" (zoals kranten of tijdschriften).
* Geografische reikwijdte: Het verbod is zeer specifiek voor een deel van de Amsterdamse Plantagebuurt:
* Plantage Kerklaan (tussen Middenlaan en Doklaan).
* Plantage Muidergracht (tussen Middenlaan en Doklaan).
* Een zone van 25 meter rondom deze straatgedeelten.
* Terminologie: Woorden zoals "vóórmiddags", "tusschen" en "openbaren" wijzen op de officiële schrijftaal van vóór 1947. Dit document is representatief voor de strikte regulering van de straathandel in Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw. De Plantagebuurt was indertijd een wijk met veel Joodse bewoners en economische bedrijvigheid. Dergelijke verordeningen werden vaak aangescherpt om de "orde en netheid" in bepaalde buurten te handhaven of om ambulante handel (die vaak als overlastgevend werd ervaren door gevestigde winkeliers) in te perken.
Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werden dit soort ventverboden specifiek ingezet als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen om Joodse marktkooplieden en straatverkopers uit het straatbeeld te weren en hun economische positie te ondermijnen. Gezien de specifieke straten in de Jodenbuurt en de precieze formulering, zou dit een ambtelijk uittreksel kunnen zijn uit de politieverordeningen uit die periode.