Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen (doorslag/archiefkopie). 18 januari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen), Amsterdam. Den Heer S. Abram, Joden Houttuinen 42 a, Amsterdam-Centrum. (Linksboven, getypt):
85/10/1 M.
1
(Rechtsboven, handgeschreven):
W. Müller
(Middenboven, handgeschreven schuin):
Verzonden 18/1
(Rechts boven datum, getypt):
G.
(Rechts, getypt):
18 Januari 1939.
(Adresseringsblok, getypt):
den Heer S. Abram,
Joden Houttuinen 42 a,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
(Inhoud brief, getypt):
In bylage doe ik U een overzicht toekomen van door U verschuldigd standplaatsgeld wegens het plaatsen van kramen. Indien U deze schuld, alsmede hetgeen U op den betaaldag verder aan kramengeld schuldig is, niet uiterlyk Vrydag 20 Januari a.s. betaalt by den kassier te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, zal aan Burgemeester en Wethouders worden voorgesteld de U verleende vergunning tot het plaatsen van kramen in te trekken. Uw kramen enz. zullen dan niet meer op de markten worden toegelaten; Uw huurders zullen dan verplicht zyn hun kramen enz. elders te huren.
(Ondertekening, getypt):
De Directeur, * Onderwerp: Een formele aanmaning wegens achterstallige betaling van standplaatsgelden voor marktkramen.
* Inhoud: De heer S. Abram wordt gesommeerd om binnen twee dagen (uiterlijk vrijdag 20 januari) zijn schuld te voldoen bij het kantoor aan de Jan van Galenstraat.
* Sanctie: Indien betaling uitblijft, zal de directeur bij het college van Burgemeester en Wethouders aandringen op het intrekken van de vergunning. Dit zou betekenen dat Abram zijn kramen niet meer mag plaatsen en dat de mensen die van hem huren hun heil elders moeten zoeken.
* Taalgebruik: Formele, dwingende ambtelijke taal in de toen geldende spelling (bijv. "uiterlyk", "bylage", "mynen").
* Administratieve sporen: De handgeschreven aantekening "Verzonden 18/1" en de dossiernummers wijzen erop dat dit een kopie is voor de eigen administratie van de betreffende dienst. Dit document stamt uit januari 1939, een periode van economische spanning en de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, de heer S. Abram, woonde aan de Joden Houttuinen, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam-Centrum.
De locatie van het kantoor van de directeur, Jan van Galenstraat 14, was het adres van de Centrale Markthallen (geopend in 1934). De brief is afkomstig van de gemeentelijke dienst die toezicht hield op de marktvergunningen. Het document illustreert de strikte bureaucratische controle op de marktsector in Amsterdam en de precaire positie van kleine ondernemers en verhuurders van marktmateriaal in die tijd. De specifieke locatie (Joden Houttuinen) en het jaartal geven het document een wrange historische lading, gezien de grootschalige vervolging en deportaties die enkele jaren later in deze buurt zouden plaatsvinden.