Getypte brief (officiële aanmaning).
Origineel
Getypte brief (officiële aanmaning). 22 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen te Amsterdam). Den Heer C. Warmenhoven, Rapenburg 70, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven in inkt:]
M. Müller
[Rechtsboven, getypt:]
G.
[Linksboven, getypt:]
85/26/2 M
1
[Midden links, handgeschreven in potlood:]
yT [of soortgelijke paraaf]
[Rechtsonder de kop, getypt:]
22 Februari 1939.
den Heer C.Warmenhoven,
Rapenburg 70,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
In bylage doe ik U een overzicht toekomen van door
U verschuldigd standplaatsgeld wegens het plaatsen van kra-
men. Indien U deze schuld, alsmede hetgeen U op den betaal-
dag verder aan kramengeld schuldig is, niet uiterlyk Vrydag
24 Februari a.s. betaalt by den kassier te mynen kantore,
Jan van Galenstraat 14, zal aan Burgemeester en Wethouders
worden voorgesteld, de U verleende vergunning tot het plaat-
sen van kramen in te trekken. Uw kramen enz. zullen dan niet
meer op de markten worden toegelaten; Uw huurders zullen dan
verplicht zyn hun kramen enz. elders te huren.
De Directeur,
[Linksonder, handgeschreven in potlood:]
23/2 '39
betaald per kas
fl 4.50 * Inhoud: Het document is een formele aanmaning betreffende een achterstand in de betaling van "standplaatsgeld" voor marktkramen. De ontvanger, de heer Warmenhoven, wordt gewaarschuwd dat zijn vergunning voor het plaatsen van kramen zal worden ingetrokken als de schuld niet uiterlijk op 24 februari 1939 is voldaan. Dit zou directe gevolgen hebben voor zijn bedrijfsvoering, aangezien zijn huurders dan gedwongen zouden zijn elders kramen te huren.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is zakelijk, autoritair en bevat verouderde spelling en grammaticale vormen die typerend zijn voor die periode (zoals "uiterlyk", "Vrydag", "mynen kantore" en "zyn").
* Administratieve context: De brief is afkomstig van een gemeentelijke instantie, waarschijnlijk gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14, waar destijds de Centrale Markthallen en de administratie van het marktwezen waren gevestigd.
* Status van betaling: De handgeschreven notitie onderaan geeft aan dat de dreiging effect heeft gehad: op 23 februari 1939 (één dag voor de deadline) is een bedrag van 4,50 gulden contant ("per kas") betaald. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markthandel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het marktwezen was een belangrijke bron van inkomsten en orde voor de stad. De heer Warmenhoven fungeerde blijkbaar als een 'kramenzetter' of verhuurder: hij had de vergunning om kramen te plaatsen en verhuurde deze vervolgens door aan individuele marktkoplui. De dreiging om de vergunning in te trekken was een zwaar middel, omdat dit de kern van zijn onderneming zou raken. De relatief kleine som van 4,50 gulden toont aan dat de gemeente zelfs voor kleine bedragen een strak incassobeleid voerde. C. Warmenhoven Warmenhoven fungeerde (De heer) Marktwezen