Ambtelijk verslag / handgeschreven notitie.
Origineel
Ambtelijk verslag / handgeschreven notitie. 15 mei 1939 (genoteerd als 15/5 '39). 015/33/1
Adressant p.h. K.O. J Schnack, Ten Kate-
straat heeft medegedeeld dat hij in opdracht
van den Inspecteur een schrijven van den
Directeur heeft gezonden, betreffende het aan-
schaffen van eigen materiaal.
Het was hem niet bekend dat hij daarvoor
toestemming moest aanvragen. Hij was be-
leedigd dat de Inspecteur hem had toege-
voegd dat, als het eigen materiaal een
rommelzooitje is, hij dan van de markt
zou worden verwijderd.
Hij verklaart dat de stal die hij van
Vos in huurkoop had, d.d. 23/2 1939
zijn eigendom is geworden.
De door Schnack getekende verklaring
heb ik hierbij gevoegd.
A'dam 15/5 '39
[Signatuur, mogelijk 'Vrij-'] Dit document betreft een administratieve afwikkeling van een conflict of misverstand op een Amsterdamse markt (waarschijnlijk de Ten Katemarkt, gezien het adres van de betrokkene).
De kernpunten uit de tekst zijn:
1. Regelgeving: De heer J. Schnack heeft eigen materiaal (een marktkraam of 'stal') aangeschaft zonder te weten dat hiervoor expliciete toestemming van de directie nodig was.
2. Conflict: Er is sprake van een gekwetst gevoel bij de koopman. Hij voelt zich beledigd door de Inspecteur, die blijkbaar in nogal botte bewoordingen heeft gedreigd hem van de markt te verwijderen als zijn eigen materiaal een "rommelzooitje" zou blijken te zijn.
3. Eigendomsbewijs: Schnack voert aan dat de stal officieel zijn eigendom is geworden op 23 februari 1939, nadat hij de huurkoopovereenkomst met een zekere heer Vos had afgerond.
4. Bewijsvoering: De rapporteur heeft een door Schnack ondertekende verklaring bij dit verslag gevoegd om de bewering over het eigendom te staven. Het document dateert van mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode waren de regels voor marktkooplieden in Amsterdam strenger aan het worden om de eenheid en ordelijkheid van de openbare markten te waarborgen. De Ten Katestraat, waar de betrokkene woonde, is nog steeds een bekende marktlocatie in Amsterdam-West.
De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse spanningen tussen de marktmeesters/inspecteurs (die toezagen op esthetiek en orde) en de individuele kooplieden (die probeerden hun eigen bedrijfsmiddelen te beheren). Het gebruik van het woord "rommelzooitje" door een ambtenaar was destijds blijkbaar al reden genoeg voor een officiële klacht of verweerschrift wegens belediging. J. Schnack