Handgeschreven briefje / correspondentie.
Origineel
Handgeschreven briefje / correspondentie. Vrijdag 31 maart (jaar onbekend). J. Brand, Prinsengracht 20 III, Amsterdam Centrum. M. Hr. Mulder (genoteerd in de bovenmarge). Mijnheer met dezen laat ik uw weten m. Hr. Mulder
Dat ik Vrijdag 31 Maart weer kom
storten voor het belastinggeld van het
verschuldigde kramengeld daar ik be-
slist niet eerder kan maar ik kom dan
wekelijks storten ik hoop dat U het
goed vind ik zou wel eerder gekomen
zijn als ik het kon missen maar ik ver-
dien de laatste tijd niet te veel dat ik
kan zeggen ik kan een ieder het zijne geven
In afwachting J. Brand - Prinsengracht 20 III
A.dam Centrum * Inhoud: De afzender, waarschijnlijk een marktkoopman of kleine zelfstandige, schrijft aan een beambte of schuldeiser (Mulder) om te laten weten dat hij vanaf vrijdag 31 maart de betalingen voor het verschuldigde 'kramengeld' (marktbelasting) zal hervatten. Hij stelt voor om voortaan wekelijks te betalen.
* Toon en taal: De brief is nederig en verontschuldigend van toon. De schrijver legt uit dat hij door tegenvallende inkomsten ("niet te veel") niet eerder aan zijn verplichtingen kon voldoen. Er zijn enkele grammaticale- en spellingsfouten aanwezig, zoals "uw weten" (u laten weten) en "vind" (vindt), wat wijst op een schrijver met een praktische achtergrond.
* Handschrift: Het betreft een vlot, diagonaal hellend cursief handschrift, typisch voor de eerste helft van de 20e eeuw. * Historische achtergrond: "Kramengeld" was de term voor de vergoeding die marktkooplui aan de gemeente moesten betalen voor hun staanplaats op de markt. Dit document biedt een inkijkje in de financiële onzekerheid van de Amsterdamse markthandel.
* Locatie: De Prinsengracht 20 III is een adres in de Amsterdamse binnenstad. Dit duidt erop dat de afzender in het hart van de stad woonde en waarschijnlijk op een van de nabijgelegen markten (zoals de Noordermarkt of Westerstraat) werkte.
* Datering: Het jaar wordt niet genoemd, maar 31 maart viel op een vrijdag in de jaren 1916, 1922, 1933, 1939 en 1950. Gezien de schrijfstijl en de context van de markthandel lijkt de periode tussen 1920 en 1940 het meest aannemelijk.