Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke nota (pagina 2).
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke nota (pagina 2). (N.B. Doorgestreepte tekst is weergegeven tussen [ ] en cursief indien leesbaar. Invoegingen in de marge zijn tussen haakjes geplaatst.)
2)
ook dat het belang der marktkooplieden vordert,
dat zij vooraf weten, [of] het hun is toegestaan
een eigen kraam aan te schaffen; men
vindt het bezwaarlijk, dat een koopman,
nadat hij de aanschaffingskosten heeft
gemaakt, gevaar zou loopen, dat hem het
gebruik der eigen kraam wordt verboden.
[Bovendien is de Commissie van]
[meening, dat ... met ... of]
[... voor het verbieden]
[van een reeds aangeschafte eigen kraam,]
[de ... wel ... deugdel.]
[Wat toch]
[Aangezien de Commissie derhalve te]
[... ... met ...]
(Bij uitvaardiging van)
Wat Uw vraag betreft, of bij de in Uw
missive voorgestelde regeling, tevens een beroeps-
recht op B. en W. moet worden opengesteld, merkt
de Commissie op, dat een dergelijk beroepsrecht
nergens in het Reglement op de Markten
afzonderlijk is vermeld en dat het daarom,
naar haar meening, niet gewenscht is dit in
één geval wel te doen. De Commissie acht het
vanzelfsprekend, dat men tegen [de] handelingen
of besluiten van den dienst in beroep kan gaan
bij B. en W. en daarna bij den Raad. [...]
[... met de regeling ...]
[van de gemeentelijke huishouding is belast]
Ook de redactie, krachtens welke de directeur
van het Marktwezen voor bijv. twee weken
een verbod kan uitvaardigen, [waarmee]
een besluit van B. en W. [te] noodig wordt,
ontmoet bij de Commissie [bedenking], vooral
omdat zij de voorgestelde verbodsregeling
ongewenscht acht en [te] een "positieve"
regeling, krachtens welke voorafgaande
toestemming wordt vereischt, verkiest. De tekst is een kritische reactie van een adviescommissie op een voorgestelde regeling voor de markten. De kernpunten zijn:
1. Rechtszekerheid voor de ondernemer: De commissie stelt dat marktkooplieden vooraf moeten weten of ze een eigen kraam mogen gebruiken om te voorkomen dat zij investeringen doen die later door een verbod waardeloos worden.
2. Beroepsrecht: Er wordt gediscussieerd of er een specifiek beroepsrecht op Burgemeester en Wethouders (B. en W.) in het reglement moet worden opgenomen. De commissie vindt dit onnodig, omdat het algemene beroepsrecht (bij B. en W. en de Gemeenteraad) al als vanzelfsprekend wordt beschouwd.
3. Bevoegdheid van de Directeur: De commissie maakt bezwaar tegen de voorgestelde macht van de directeur van het Marktwezen om zelfstandig tijdelijke verboden op te leggen zonder tussenkomst van B. en W.
4. Systeemkeuze: De commissie spreekt een duidelijke voorkeur uit voor een "positief" stelsel (toestemming vooraf) in plaats van een repressief stelsel (verbod achteraf). Dit document maakt deel uit van de administratieve besluitvorming binnen een Nederlandse gemeente (gezien de termen B. en W. en "den Raad"). Het weerspiegelt de ambtelijke zorgvuldigheid bij het opstellen van plaatselijke verordeningen. Het gebruik van het woord "missive" duidt op een formele briefwisseling tussen een uitvoerend orgaan en een adviserende commissie. De vele doorhalingen laten zien dat er gezocht werd naar de juiste juridische en bestuurlijke formulering om de balans tussen marktordening en de rechten van de koopman te bewaken.