Getypte rapportage over individuele houders van ventvergunningen.
Origineel
Getypte rapportage over individuele houders van ventvergunningen. Vermoedelijk eind jaren '30 of begin jaren '40 (gebaseerd op jaartallen zoals 1932 en '34-'35). [Linkerkolom]
57368
A.Solleveld.
[Rechterkolom]
A.
Man 56 jaar. Gezin man, vrouw + 2 kind.
Man is fitter van beroep en als zoodanig
lid van de Onafh.Bedr.Fed.v.Metaalbewer-
kers. Hij geniet reeds jaren steun via
afd.Georg.Werkloozen. In de oorlogsjaren
heeft hij eenigen tijd gevent met
groenten en later omstreeks '34-35 eeni-
ge maanden met een stiefzoon in sigaren
en sigaretten gedaan. Dit laatste tijdens
ondersteuning, hetgeen stopzetting ten
gevolge had. Handelen heeft man nadien
niet meer gedaan.
Het heeft weinig zin dezen man in het
bezit van een ventvergunning te laten.
[Linkerkolom]
56416
W.H.de Wit
[Rechterkolom]
C.
Man 54 jaar. Gezin man en vrouw. Man
sedert '29 in den handel ventte afwisse-
lend met visch of ijs. Op 14 Mei j.l.
is hij als ijsventer begonnen bij de
Davia.
Intrekking ventvergunning is hier
dus niet gewenscht.
[Linkerkolom]
128582
Cars.Kremer.
[Rechterkolom]
C.
Man 53 jaar. Alleenstaande. Man was 15
jaar knecht bij een groentehandelaar en
begon daarna -in 1932- voor eigen reke-
ning in groente en fruit (vent- + stand-
plaatsvergunning). Hij toont dom en kan
lezen noch schrijven, hetgeen bezwaren
oplevert bij de uitoefening van zijn
beroep. Gezien hij desondanks echter
jaren als knecht gehandhaafd kon worden
en hij zich ook nog eenige jaren als
zelfstandig koopman wist te redden, zij
het dan ook mede door de hulp van M.S.,
kan aangenomen worden, dat deze geringe
ontwikkeling geen onoverkomelijke moei-
lijkheden medebrengt. Bovendien kan hij
als alleenstaande met betrekkelijk gerin-
ge verdiensten komen. 's Mans om in
eigen onderhoud te voorzien ligt vrijwel
uitsluitend in den handel, zoodat intrek-
king ventvergunning niet aan te bevelen
is. * Administratieve Controle: Het document toont een gedetailleerde controle van de overheid op kleine zelfstandigen en werklozen. Elke persoon wordt beoordeeld op hun rechtvaardiging voor een ventvergunning.
* Sociale Status: Er wordt sterk gelet op het arbeidsverleden en de gezinssamenstelling. Bij de eerste persoon (Solleveld) wordt de vergunning afgeraden omdat hij eigenlijk een ander beroep heeft (fitter) en al langere tijd niet meer heeft gehandeld. Bij de derde persoon (Kremer) wordt de vergunning juist behouden omdat handel zijn enige kans op levensonderhoud is, ondanks zijn analfabetisme.
* Terminologie: Termen als "steun" en "ondersteuning" verwijzen naar de toenmalige vormen van sociale bijstand. De "oorlogsjaren" in de eerste casus verwijzen waarschijnlijk naar de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), gezien de latere datering van '34-'35 als "later".
* Toon: De toon is ambtelijk en soms neerbuigend (bijv. "Hij toont dom"), wat typerend was voor de sociale rapportage uit die tijd. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode van de Grote Depressie (jaren '30) of de vroege jaren '40 in Nederland. In deze tijd was de werkloosheid hoog en probeerden velen als straatverkoper (venter) een inkomen te genereren. De overheid reguleerde dit streng via ventvergunningen om de markt te ordenen en om toezicht te houden op wie er aanspraak maakte op publieke middelen. Het vermelden van organisaties zoals de "Onafh. Bedr. Fed. v. Metaalbewerkers" (Onafhankelijke Bedrijfsfederatie van Metaalbewerkers) en "Davia" (mogelijk een ijsfabriek) plaatst de personen in een specifiek sociaal-economisch netwerk van die tijd.