Handgeschreven vergadergenoteerde notulen/bespreekverslag.
Origineel
Handgeschreven vergadergenoteerde notulen/bespreekverslag. 16 juni 1939. Commissie Steunverleening aan Straatkooplieden
Notities bespreking op Vrijdag, 16 Juni 1939.
Onderwerp: brieven Weth. L.M. d.d. 21, 28 en 29 April j.l. no. 68/83 L.M. 1936, betreffende W.H. de Wit, A. Solleveld en C. A. Kremer.
-
W.H. de Wit; Steunno. 56416; geb. 11.5.1885; ventvergunning serie 8 - no. 245.
Hr. Wilpschut deelt mede, dat de Wit niet komt, daar hij als venter bij Javia werkzaam is. Voorzitter deelt mede, dat de Wit zijn ventvergunning op 30 Mei j.l. voor het boekjaar 1939/1940 heeft verlengd en is van meening, dat dit geval dus als opgelost kan worden beschouwd. Nadat Hr Presser aanvankelijk bezwaren maakte tegen het tijdelijk uitschakelen in het venterscorps van menschen als de Wit, is hij tenslotte met de overige leden der vergadering van meening, dat de ventvergunning van de Wit thans niet behoort te worden ingetrokken. -
A. Solleveld; steunno. 57368; geb. 5.3.1883; ventvergunning serie 22 - no. 153 (niet verlengd; sinds jaren in steun).
Op vraag van Voorzitter waarom hij zich metaalbewerker noemt en niet venter, antwoordt S. dat hij van kinds-af als metaalbewerker is werkzaam geweest. Gedurende mobilisatiejaren in den handel gekomen. Heeft bezit van ventvergunning meer als waarborg beschouwd. Op vraag van heer Presser antwoordt S., dat hij sinds 1929/1930 niet meer heeft gevent. Voorzitter wijst op venten met sigaren en sigaretten in 1934/35. Het document is een verslag van een ambtelijke commissie die toeziet op de rechtmatigheid van steunverlening aan straatkooplieden. De kern van de bespreking draait om de status van de "ventvergunning" in relatie tot de ontvangen financiële steun. -
Casus De Wit: Hier lijkt sprake van een positieve uitkomst. Omdat de persoon in kwestie weer werk heeft gevonden (bij de firma 'Javia') en zijn vergunning zelf heeft verlengd, wordt zijn dossier als "opgelost" beschouwd. Er is een korte discussie over het behoud van de vergunning, waarbij wordt besloten deze niet in te trekken.
- Casus Solleveld: Deze situatie is complexer. Solleveld ontvangt al jaren steun, maar identificeert zich primair als metaalbewerker in plaats van venter. Hij houdt de vergunning enkel aan als "waarborg" (sociale zekerheid). Er is sprake van een discrepantie in zijn verklaring: hij beweert sinds 1929/1930 niet meer gevent te hebben, terwijl de voorzitter bewijs heeft dat hij in 1934/35 nog tabakswaren verkocht. Dit duidt op een controle op mogelijke fraude of onterechte steun. Dit document stamt uit juni 1939, de late crisisjaren in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de werkloosheid hoog en de sociale zekerheid streng gereguleerd via systemen zoals de "steun". De "Commissie Steunverleening aan Straatkooplieden" (waarschijnlijk een Amsterdams orgaan, gezien de afkorting Weth. L.M. – Wethouder van Levensmiddelenvoorziening/Maatschappelijke Steun) moest streng toezien op wie recht had op een uitkering.
De verwijzing naar de "mobilisatiejaren" door Solleveld duidt op de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), wat aangeeft dat veel van deze mannen door de economische ontwrichting van die tijd in de straathandel terecht waren gekomen, terwijl zij oorspronkelijk een ander ambacht uitoefenden. Het document illustreert de bureaucratische controle op de onderklasse in het vooroorlogse Nederland.