Archief 745
Inventaris 745-304
Pagina 25
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

17 juni 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling of commissie). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 17 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke instelling of commissie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven rechtsboven:] h. de Kar

VP/HG.

95/5/2 M. [Handgeschreven:] verzonden 17/6

17 Juni 1939.

Geblokkeerde ventvergun-
ning t.n.v. A.Solleveld.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Naar aanleiding van Uw missive d.d. 28 April jl.
(No.68/83 L.M.1936) heb ik de eer U te berichten, dat ik,
overeenkomstig Uw opdracht, de Commissie heb geraadpleegd
omtrent de vraag, of het wenschelijk is een ventvergunning
ter beschikking van A.Solleveld te houden. De Commissie heeft
dezen man gehoord, die verklaarde, dat hij zich zelf niet
als venter, doch als werklooze metaalbewerker beschouwt. Hij
heeft thans sedert verscheidene jaren van het venten geen
beroep meer gemaakt en hij ziet geen kans om daarin ooit een
bestaan te vinden. Hij verzoekt zelf zijn ventvergunning in
te trekken, waarmede de Commissie zich kan vereenigen.
Ook mijnerzijds bestaat daartegen geen bezwaar,
weshalve ik U beleefd in overweging geef deze ventvergunning
als vervallen te beschouwen.

De Directeur, De kern van deze brief is een advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om de ventvergunning van de heer A. Solleveld officieel te laten vervallen. De vergunning stond blijkbaar al op "geblokkeerd" (waarschijnlijk gereserveerd of opgeschort). Uit het onderzoek van de Commissie blijkt dat Solleveld zichzelf niet als straathandelaar (venter) ziet, maar als een werkloze vakman (metaalbewerker). Hij oefent het beroep van venter al jaren niet meer uit en heeft ook niet de intentie dit weer te gaan doen. Hij heeft daarom zelf verzocht de vergunning in te trekken. De Directeur en de Commissie stemmen hiermee in. De brief dateert uit juni 1939, een periode van aanhoudende economische malaise in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De werkloosheid was hoog, vooral in de industriesector (zoals de metaalbewerking). In die tijd was het "venten" (huis-aan-huis verkoop) vaak een laatste redmiddel voor werklozen om een inkomen te genereren. Gemeenten reguleerden dit streng via vergunningen.

Dit document illustreert de bureaucratische omgang met deze sociale problematiek. Het toont ook een stukje persoonlijke identiteit van een arbeider uit die tijd: ondanks de werkloosheid houdt Solleveld vast aan zijn identiteit als "metaalbewerker" en verkiest hij de intrekking van zijn vergunning boven een beroep dat hij blijkbaar als onwaardig of perspectiefloos beschouwt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een gangbare post in grotere steden voor het beheer van de voedselvoorziening en aanverwante marktzaken.

Samenvatting

De kern van deze brief is een advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om de ventvergunning van de heer A. Solleveld officieel te laten vervallen. De vergunning stond blijkbaar al op "geblokkeerd" (waarschijnlijk gereserveerd of opgeschort). Uit het onderzoek van de Commissie blijkt dat Solleveld zichzelf niet als straathandelaar (venter) ziet, maar als een werkloze vakman (metaalbewerker). Hij oefent het beroep van venter al jaren niet meer uit en heeft ook niet de intentie dit weer te gaan doen. Hij heeft daarom zelf verzocht de vergunning in te trekken. De Directeur en de Commissie stemmen hiermee in.

Historische Context

De brief dateert uit juni 1939, een periode van aanhoudende economische malaise in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De werkloosheid was hoog, vooral in de industriesector (zoals de metaalbewerking). In die tijd was het "venten" (huis-aan-huis verkoop) vaak een laatste redmiddel voor werklozen om een inkomen te genereren. Gemeenten reguleerden dit streng via vergunningen.

Dit document illustreert de bureaucratische omgang met deze sociale problematiek. Het toont ook een stukje persoonlijke identiteit van een arbeider uit die tijd: ondanks de werkloosheid houdt Solleveld vast aan zijn identiteit als "metaalbewerker" en verkiest hij de intrekking van zijn vergunning boven een beroep dat hij blijkbaar als onwaardig of perspectiefloos beschouwt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een gangbare post in grotere steden voor het beheer van de voedselvoorziening en aanverwante marktzaken.

Kooplieden in dit dossier 7

A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg
A. Heideman Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6