Handgeschreven conceptbrief of kladnotitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of kladnotitie. 1 maart 1940. Waarschijnlijk een leidinggevende of officier (ondertekend met initialen 'Dj'). A’dam 1-3-40
1/13/117 [in rood]
De Heer A.J.M. Rubé
~~De Dir. v.h. L.M.W. B4~~
~~Amsterdam ondersteunt~~
Amsterdam
Hiermede deel ik U mede,
dat ik kennisnam van
Uw ~~verzoekschrift aan~~
Z. Exc. den Minister van
Defensie ~~[onleesbaar]~~
gericht verzoekschrift tot
het verkrijgen van vrijstelling
van dienstplicht of onbepaald
klein verlof. De door U
aangevoerde motieven ~~[onleesbaar]~~ worden
door mij als juist erkend,
weshalve ik Uw verzoek
~~gaarne~~ ondersteun.
1-3-40 [initialen] Dj * Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands ("Hiermede deel ik U mede", "Z. Exc."). De spelling is conform de toenmalige normen (bijv. "den Minister").
* Inhoud: De briefbeantwoording bevestigt dat de afzender het verzoekschrift van de heer Rubé aan de Minister van Defensie heeft gelezen. De afzender verklaart de redenen voor het verzoek (vrijstelling of verlof) als "juist" te erkennen en de aanvraag officieel te ondersteunen.
* Status van het document: Het betreft een kladversie of een kopie voor het archief, getuige de vele doorhalingen. De afkorting "L.M.W." in het doorgehaalde adres zou kunnen verwijzen naar een technische of militaire instantie (bijv. Luchtmachtwerkplaatsen of Laboratorium voor Mechanische Werkplaatsen).
* Vorm: De initialen rechtsonder ('Dj') en de datumstempel/notitie linksonder duiden op een officiële afhandeling binnen een bureaucratische structuur. Dit document is geschreven op 1 maart 1940, slechts tien weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Nederland bevond zich op dat moment in een staat van mobilisatie. Veel mannen die opgeroepen waren voor militaire dienst probeerden vrijstelling te krijgen vanwege onmisbaarheid in hun civiele beroep of vanwege zwaarwegende familieomstandigheden.
De Minister van Defensie op dat moment was Adriaan Dijxhoorn. Het feit dat een individueel verzoekschrift aan de Minister werd ondersteund door een (vermoedelijke) superieur, was een noodzakelijke stap in de procedure voor het verkrijgen van "onbepaald klein verlof" – een status waarbij de militair weliswaar in dienst bleef, maar naar huis mocht om zijn burgerberoep uit te oefenen zolang de situatie dat toeliet. Dit document illustreert de persoonlijke spanningen en de bureaucratische weg die burgers bewandelden in de maanden vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland.