Archiefdocument
Origineel
6 mei 1940 [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter Fin. kamer
[Linksboven:]
VB/HG.
1/30/1 M.
[Midden-links, handgeschreven over het midden van de pagina:]
Verzonden 6/5-1940.
[Rechts:]
6 Mei 1940.
[Geadresseerde, rechts uitgelijnd:]
den Heer Inspecteur der
Directie Belastingen,
Nieuwe Zijds Voorburgwal 226,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
[Inhoud:]
Onder terugzending van de op 3 dezer ontvangen
stukken heb ik de eer U te berichten, dat in het loopende
kalenderjaar tot 2 Mei geen nieuw personeel in dienst van
het Marktwezen is getreden.
[Ondertekening:]
De Directeur, Dit document is een korte, formele ambtelijke verklaring. De Directeur van de Dienst van het Marktwezen rapporteert aan de belastinginspectie dat er in de periode van 1 januari tot en met 2 mei 1940 geen nieuwe medewerkers in dienst zijn getreden. De brief dient als formele afhandeling van een verzoek om informatie (de "op 3 dezer ontvangen stukken") dat door de fiscus was ingediend.
Het taalgebruik is kenmerkend voor de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie, met archaïsche beleefdheidsvormen zoals "heb ik de eer U te berichten" en de aanduiding "op 3 dezer" (van deze maand). De handgeschreven aantekening "ter Fin. kamer" duidt op de interne archivering binnen de financiële afdeling. De historische context van dit document is bijzonder treffend vanwege de datum: 6 mei 1940. Dit is slechts vier dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document toont de continuïteit van de dagelijkse administratieve gang van zaken in een land dat op de drempel van een ingrijpende oorlog staat.
De "Dienst van het Marktwezen" was (en is) een gemeentelijke instantie in Amsterdam die verantwoordelijk is voor de organisatie en het toezicht op de markten (zoals de bekende Albert Cuypmarkt en de groothandelsmarkten). De communicatie met de Inspecteur der Directe Belastingen was noodzakelijk voor de controle op loonbelasting en personeelsadministratie. Het adres Nieuwezijds Voorburgwal 226 in Amsterdam was destijds een bekend punt in het administratieve hart van de stad. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een korte, formele ambtelijke verklaring. De Directeur van de Dienst van het Marktwezen rapporteert aan de belastinginspectie dat er in de periode van 1 januari tot en met 2 mei 1940 geen nieuwe medewerkers in dienst zijn getreden. De brief dient als formele afhandeling van een verzoek om informatie (de "op 3 dezer ontvangen stukken") dat door de fiscus was ingediend.
Het taalgebruik is kenmerkend voor de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie, met archaïsche beleefdheidsvormen zoals "heb ik de eer U te berichten" en de aanduiding "op 3 dezer" (van deze maand). De handgeschreven aantekening "ter Fin. kamer" duidt op de interne archivering binnen de financiële afdeling.
Historische Context
De historische context van dit document is bijzonder treffend vanwege de datum: 6 mei 1940. Dit is slechts vier dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document toont de continuïteit van de dagelijkse administratieve gang van zaken in een land dat op de drempel van een ingrijpende oorlog staat.
De "Dienst van het Marktwezen" was (en is) een gemeentelijke instantie in Amsterdam die verantwoordelijk is voor de organisatie en het toezicht op de markten (zoals de bekende Albert Cuypmarkt en de groothandelsmarkten). De communicatie met de Inspecteur der Directe Belastingen was noodzakelijk voor de controle op loonbelasting en personeelsadministratie. Het adres Nieuwezijds Voorburgwal 226 in Amsterdam was destijds een bekend punt in het administratieve hart van de stad.