Ambtsbrief (doorslag/minuut).
Origineel
Ambtsbrief (doorslag/minuut). 6 mei 1939 (verzonden 8 mei 1939). De Directeur (van het Marktwezen, Amsterdam). Inspecteur der Directe Belastingen, Amsterdam-Centrum. [Linksboven, getypt:] 1/30/1 M
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 8/5
[Rechtsboven, getypt:] G.
[Midden, in rood potlood:] 1/30/1
[Linksmidden, handgeschreven kantlijnnotitie:]
T in het loopende kalender-
jaar tot 2 Mei geen perso-
neel in dienst van het
Marktwezen is getreden.
[Initialen]
[Rechtsboven, getypt:] 6 Mei 1939.
[Adressering:]
den Heer Inspecteur der
Directe Belastingen,
Nieuwe Zijds Voorburgwal 226,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
[Inhoud:]
Onder terugzending van de op 3 dezer ontvangen
stukken heb ik de eer U te berichten, dat de door U bedoelde
opgaaf, naar ik meen, regelmatig wordt verstrekt door de af-
deeling Arbeidszaken, Raadhuis, alhier. Het bij mijn dienst
werkzame personeel is niet "in mijn dienst"; zijn werkgeefster
is de Gemeente Amsterdam. Een en ander werd U ook meegedeeld
in mijn brieven d.d. 18 Juni 1937 en 5 Mei 1938 nos. 1/49/1 M
en 1/37/1 M.
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven aantekeningen:]
Model + brief 6/5.03 - 1/30/17.
[Onduidelijke krabbel, mogelijk adres/verwijzing naar Waterlooplein]
[Onduidelijke krabbel, mogelijk: "Ned. Bond v. Marktkooplieden vereniging"?]
Telefonische mededeeling hr. Schils (Arbeidszaken, toestel
4066) - formulier geldt ook aangifte personeel in dienst getreden
bij de periode 31/12 - 1/5. Wordt door diensten voor hen
verzonden. In deze brief reageert de Directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (gezien de context en handgeschreven notitie waarschijnlijk de Dienst Marktwezen) op een verzoek van de belastinginspecteur. De inspecteur vraagt blijkbaar om een opgave van personeelsleden.
De directeur stelt formeel dat hij deze gegevens niet hoeft te verstrekken omdat het personeel juridisch gezien niet bij zijn specifieke dienst, maar bij de Gemeente Amsterdam als geheel in dienst is. Hij verwijst voor de gevraagde informatie naar de afdeling Arbeidszaken in het Raadhuis en wijst erop dat hij dit in voorgaande jaren ook al heeft gecommuniceerd.
De handgeschreven notities onderaan zijn van administratieve aard. Ze bevestigen dat er tot 2 mei 1939 geen nieuw personeel is aangenomen bij de bewuste dienst en dat er telefonisch contact is geweest met een ambtenaar (hr. Schils) van de afdeling Arbeidszaken om de rapportageprocedure af te stemmen. Het document dateert van mei 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft inzicht in de strikte bureaucratische verhoudingen en de verdeling van verantwoordelijkheden binnen de Gemeente Amsterdam in het interbellum.
De brief illustreert hoe gemeentelijke diensten functioneerden als sub-onderdelen van het centrale stadsbestuur, waarbij de formele werkgeversrol bij de centrale gemeente lag. De verwijzing naar de "Wijk 3" bij de belastinginspectie en de mogelijke link naar marktkooplieden (vermoedelijk de markt op het Waterlooplein) plaatst dit document in het hart van de sociaal-economische administratie van Amsterdam in die tijd.