Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/memo op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). 22 mei 1940 (datum doorzending) tot 28 mei 1940 (datum afhandeling). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 1/39/1 1940.
DOORGEZONDEN: 22/5-'40.
[Tekst rechtsboven]
Tel. mededeeling van Hr. Ubben.
Op 18 April vertelde F. Muller
aan centr. Felthuis, dat hij de
kaart destijds had verloren.
Hr. Broerse klopt dit en is
vroeger geen aangifte van
vermissing der kaart gedaan?
23-5-'40
mp
[Hoofdtekst midden/links]
Hr. Muller heeft het verloren
gaan van zijn kaart niet aan
Maalstroom aangegeven.
Hr. Felthuis was voor een
onderzoek overbruggingsbank
mee op O.Z. Achterburgwal.
Toen heeft Felthuis Muller getroffen
en naar aanleiding van een vraag
van Felthuis over de krant vertelde
Muller, dat hij zijn kaart verloren had.
Dit was op 10 April '40.
Fees [handtekening]
[Aantekeningen rechtsonder in rood potlood]
4. 1/39/2 M
28/5/40 [onleesbare paraaf] Dit document betreft een administratieve navraag naar een vermiste kaart van een burger genaamd F. Muller. De kern van de zaak is dat Muller de vermissing van zijn kaart (waarschijnlijk een persoonsbewijs of steunkaart) niet officieel heeft gemeld bij een instantie genaamd "Maalstroom".
De informatie kwam aan het licht door een toevallige ontmoeting op 10 april 1940 tussen Muller en controleur Felthuis tijdens een onderzoek voor de "Overbruggingsbank" (een Amsterdamse sociale dienst voor tijdelijke financiële steun) aan de Oudezijds Achterburgwal. Naar aanleiding van een vraag over "de krant" bekende Muller dat hij zijn kaart kwijt was. In de notities van mei 1940 wordt door 'mp' aan 'Hr. Broerse' gevraagd of dit verhaal klopt en of er inderdaad geen eerdere aangifte bekend is. De notitie is geschreven in mei 1940, de maand van de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. De administratieve controle op identiteitsbewijzen en registraties werd in deze periode uiterst strikt. Het document lijkt afkomstig uit een Amsterdams archief, gezien de verwijzing naar de O.Z. Achterburgwal en de Overbruggingsbank. De Overbruggingsbank was specifiek belast met de steunverlening aan werklozen en minderbedeelden; fraude of nalatigheid met documentatie werd door deze instantie en de politie (vaak de Politieke Inlichtingendienst in dergelijke dossiers) scherp in de gaten gehouden. De rode "M" en de dossiernummers wijzen op een systematische persoonsregistratie. F. Muller M. No O.Z. Achterburgwal Politie