Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 10 augustus 1940. Bond van Melkveehouders, gevestigd te Amsterdam (Damrak 30). Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. [Logo: B v M] BOND VAN MELKVEEHOUDERS
GEVESTIGD TE AMSTERDAM
No 1/59/3 M. 1940 10/8
Postgiro No. 252490
Telefoon (K 2900) 44119
Onderwerp: Keukenafval
No. 1763
Amsterdam (C.), 10 Augustus 1940.
Damrak 30
[Handgeschreven rode inkt rechtsboven: onleesbare paraaf en "in dossier"]
Directie van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
A M S T E R D A M – W.
Mijne Heeren,
Wij bevestigen hiermede de ontvangst van Uw schrijven dd. 3 Augustus No. 1/59/2 M.
Het was ons bekend, dat het voornemen bestond van Rijkswege de door ons bedoelde aangelegenheid te regelen.
Aangezien de tijd dringt en omtrent de Rijksregeling nog niets bekend is, waren wij van meening, dat in afwachting van bedoelde regeling het productief maken van al het keuken- en groentenafval door de Gemeente bevorderd kon worden op de door ons aangegeven wijze.
Tot ons leedwezen meenen wij uit het antwoord op ons schrijven te moeten opmaken, dat U hiervoor geen termen aanwezig acht.
Hoogachtend,
De Secretaris,
[Handtekening] Deze brief is een formeel protest van de Bond van Melkveehouders tegen de passieve houding van de gemeente Amsterdam. De melkveehouders hadden een concreet voorstel gedaan om keuken- en groenteafval in te zamelen en te hergebruiken (hoogstwaarschijnlijk als veevoer).
De kern van het conflict is bureaucratisch van aard: de gemeente weigert actie te ondernemen omdat er een landelijke ("Rijkswege") regeling in de maak is. De Bond wijst op de urgentie van de situatie en vindt dat de gemeente niet op nationale regelgeving moet wachten om de verspilling van potentieel voedsel tegen te gaan. De term "geen termen aanwezig acht" is een beleefde ambtelijke afwijzing: de gemeente ziet op dat moment geen juridische of beleidsmatige noodzaak om het voorstel over te nemen. De datum van de brief, augustus 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Door de Britse blokkade en de eisen van de bezetter ontstonden er direct tekorten aan grondstoffen en veevoer (zoals graan en maïs).
Het nuttig aanwenden van "keuken- en groentenafval" werd een prioriteit om de veestapel op peil te houden zonder de voedselvoorziening voor mensen direct in gevaar te brengen. Dit leidde later in de oorlog tot de grootschalige inzameling van 'swill' (keukenspoeling). Deze brief toont de vroege frictie tussen belangenorganisaties die snel wilden schakelen vanwege de dreigende schaarste, en de gemeentelijke overheid die in het begin van de bezetting nog vasthield aan afwachtende, formele procedures. De ontvanger, de Directie van het Marktwezen, was verantwoordelijk voor de voedselstromen in de stad via de Centrale Markthallen.