Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 4 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, bijv. Reiniging of Economische Zaken). extra
vP/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
1/62/19 M. 4 September 1940.
Enquête naar inzameling en
handel in oude materialen
en afvalstoffen.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.3 Augustus jl. om spoedig advies ontvangen stuk no.709 L.M.1940, alsmede van de met Uw apostille no.709 L.M.1940 d.d. 7 Augustus jl. om bericht ontvangen stukken heb ik de eer U mede te deelen, dat de onderhavige enquête is gehouden. In totaal zijn de gegevens omtrent 644 personen en ondernemingen in enquête-formulieren opgenomen. Overeenkomstig Uw opdracht is aan het Centraal Bureau voor de Statistiek verzocht, zoo mogelijk spoedig, den doorslag van de enquête-formulieren te mogen terug ontvangen.
Voor de goede orde leg ik in bijlage dezes nog een afschrift over van de vragenlijst voor de algemeene gegevens van plaatselijken aard, zooals die dezerzijds is ingevuld en naar Den Haag gezonden.
De Directeur, In dit schrijven rapporteert een ongenoemde directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de voortgang van een onderzoek naar de recyclingsector in de stad. De kernpunten zijn:
- Omvang: De enquête heeft 644 personen en bedrijven in kaart gebracht die actief zijn in de handel of inzameling van oude materialen (zoals metalen, papier, textiel) en afval.
- Administratieve weg: Er wordt gerefereerd aan eerdere correspondentie ("kantbrief" en "apostille") van begin augustus. De gegevens zijn naar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gestuurd, en de directeur vraagt nu om de doorslagen terug voor de eigen administratie.
- Lokale gegevens: Een kopie van de lokale vragenlijst die naar Den Haag (het landelijke bestuur) is gestuurd, is als bijlage toegevoegd om de wethouder te informeren over de specifieke lokale situatie.
De brief getuigt van een strakke ambtelijke procedure en een snelle respons: binnen een maand na de opdracht is de enquête onder honderden subjecten voltooid. De datum van de brief, 4 september 1940, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De bezetter begon direct met het inventariseren en controleren van grondstoffen die essentieel waren voor de oorlogsvoering.
- Grondstoffenschaarste: Oude materialen en afvalstoffen waren niet langer louter vuilnis, maar strategische reserves. De inzameling van "lompen en metalen" werd streng gereguleerd.
- Centralisatie: De enquête past in het beeld van de toenemende centralisatie en ordening van de economie onder de bezetting. De betrokkenheid van het CBS en "Den Haag" wijst op een landelijke coördinatie (waarschijnlijk door het Rijksbureau voor de Oud- en Afvalmaterialen).
- Wethouder voor de Levensmiddelen: Het feit dat dit onderwerp onder de Wethouder voor de Levensmiddelen viel, suggereert dat in deze specifieke gemeente de distributie en de beheersing van schaarse goederen (waaronder ook afvalstoffen voor hergebruik) in één hand lagen, wat typerend was voor de vroege oorlogsjaren.